2017/25 zorgvuldig

Samenvatting

H.J. Korterink heeft met de publicatie van het artikel “Brandmoord Zeist: een doofpot? Een tijdlijn” op zijn website www.misdaadjournalist.nl niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Anders dan R. Geissen (klager) leest de Raad in het artikel niet dat hij een ‘complotdenker’ zou zijn. Er is voldoende duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Niet is gebleken dat sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving. Dat klager het niet eens is met de officiële uitkomst van de moordzaak, maakt dit niet anders.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Geissen

tegen

H.J. Korterink

De heer R. Geissen te Utrecht (klager) heeft op 1 maart 2017 het secretariaat van de Raad benaderd met een klacht tegen de heer H.J. Korterink. Nadat de secretaris van de Raad klager heeft geïnformeerd over de klachtprocedure, heeft klager op 25 maart 2017 zijn klacht ingediend. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en Korterink betrokken van 25 en 27 maart 2017, van 3, 18 en 26 april 2017 en van 16 mei 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad op 19 mei 2017 in aanwezigheid van klager. Korterink is daar niet verschenen.

FEITEN

Op 20 februari 2017 heeft Korterink op zijn website www.misdaadjournalist.nl een artikel gepubliceerd met de kop “Brandmoord Zeist: een doofpot? Een tijdlijn”. Het artikel luidt verder:
“In december 2009 werd Narges Achikzei uit Zeist het slachtoffer van een gruwelijke brandmoord. Iedereen die de nasleep van dichtbij heeft gevolgd, ligt [het] nog vers in het geheugen. Overgoten met benzine en in brand gestoken, een vreselijke dood. Ik ben zelf bij een groot deel van het proces geweest en ik deel de conclusie van de rechters dat het hier ging om een actie van één gefrustreerde vrouw (Aryan R.), die hiervoor ook veroordeeld is.
Ralph Geissen, de ex-werkgever van Narges, die nogal verliefd op haar was, denkt er heel anders over. Hij ziet een complot met eerwraak. Dat Narges eigenlijk helemaal niet wilde trouwen met de man met wie ze dat zou gaan doen. Hij is hier al jaren mee bezig. Hij neemt mij kwalijk dat ik het niet met hem eens ben en heeft onder meer geprobeerd bij de Raad voor de Journalistiek een klacht tegen mij in te dienen.
Het staat ieder vrij een mening te hebben en die te uiten, maar het bezwaarlijke in zijn geval vind ik dat hij – mijns inziens ten onrechte – allerlei betrokkenen beschuldigt. Hij heeft nu een  tijdlijn gemaakt. Op het tweede blad noemt hij Narges ‘een oplichter’. Er staat meer dat naar mijn idee niet door de beugel kan, maar men oordele zelf. Zie hier [link]”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager vindt het – kort samengevat – oneerlijk dat Korterink zijn voormalige ex-medewerkster en juridische tegenpartij profileert als slachtoffer van een jaloerse liefdesrivaal en gelijktijdig hem als verliefde afgewezen ex-werkgever die zich schuldig maakt aan smaad.
Wanneer naar de feiten wordt gekeken dan is onweerlegbaar bewezen dat Narges Achikzei slachtoffer is van een dadergroep die eerwraak heeft gepleegd vanwege haar obstructie van een gedwongen huwelijk en hun afpersing van zijn bedrijf.
Klager licht op de zitting toe dat de politie de zaak in de doofpot heeft gestopt om de gemoederen te sussen. In het artikel is hij ten onrechte als complotdenker neergezet, terwijl hij juist een klokkenluider is. Hij meent dat Korterink op onjuiste wijze bericht over de Zeister brandmoord en die berichtgeving moet rectificeren.

Korterink stelt daartegenover dat bij de behandeling van de zaak tijdens de processen niets is gebleken van eerwraak. Dat was ook niet logisch omdat het slachtoffer op het punt stond om te gaan trouwen met een in die cultuur in alle opzichten geaccepteerde kandidaat.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist vrij is in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Gelet op het feit dat klager zich kennelijk publiekelijk uitvoerig mengt in de discussie over de kwestie, is het niet ontoelaatbaar dat Korterink in zijn artikel klager heeft genoemd en heeft verwezen naar diens standpunten ter zake. Ook op de zitting deelt klager mee dat hij van mening is dat de echte waarheid een andere is dan die welke door de rechter is bewezen verklaard. Anders dan klager leest de Raad in de zin “Hij ziet een complot met eerwraak.” niet dat klager een ‘complotdenker’ zou zijn. In de context waarin die woorden worden gebruikt, kunnen die moeilijk anders worden opgevat dan dat klager – anders dan de strafrechter die in deze zaak vonnis heeft gewezen – van mening is dat sprake is geweest van een vorm van eerwraak.

Korterink heeft verder een voldoende duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat of dat een vertekend beeld is geschetst waardoor sprake zou zijn van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving. Dat klager het niet eens is met het vonnis dat de rechter in deze zaak heeft gewezen en met de daarin vervatte schuldigverklaring, maakt dit niet anders.
 
Er bestaat dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat Korterink journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punten uit de Leidraad van de Raad: A. en C.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2016/34

CONCLUSIE

Korterink heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 7 juli 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, S. Kuijper, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch en A. Olgun, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.