2017/20 zorgvuldig

Samenvatting

D. Walters en NRC Handelsblad hebben met de publicatie van het artikel “Rechtse Israëliërs zijn dolgelukkig met Trump” met de onderkop “Relatie VS-Israël - Met David Friedman benoemt Trump een zeer omstreden ambassadeur in Israël.” niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit concludeert de Raad voor de Journalistiek naar aanleiding van de klacht van Likoed Nederland. De Raad vindt niet dat een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Likoed Nederland

tegen

D. Walters en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

De heer A.M. Struick van Bemmelen heeft op 17 januari 2017 namens Likoed Nederland (klaagster) een klacht ingediend tegen correspondent D. Walters en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en van mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur, betrokken van 6, 10 en 14 februari 2017, en van 17 april 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 21 april 2017. Namens klaagster is daar de heer A. Cohen, bestuurslid van klaagster, verschenen vergezeld door de heer N.L. Schrover. Namens Walters en de krant was mevrouw E. Schouten, chef buitenland, aanwezig.

DE FEITEN

Op 18 december 2016 verscheen op de website van NRC een artikel van de hand van Walters met de kop “Rechtse Israëliërs zijn dolgelukkig met Trump” en de onderkop “Relatie VS-Israël - Met David Friedman benoemt Trump een zeer omstreden ambassadeur in Israël.”.
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Liberale Joden zijn ,,erger” dan nazicollaborateurs. De Westelijke Jordaanoever moet door Israël geannexeerd worden. En de Amerikaanse ambassade moet van Tel Aviv naar Jeruzalem. Vrijdag kondigde Donald Trump de benoeming aan van David Friedman tot zijn nieuwe ambassadeur in Israël. Wie nog twijfelde over wat de aanstaande president met Israël en Palestina van plan is, doet er goed aan bovenstaande uitspraken van zijn beoogde gezant tot zich te nemen. Met Friedman, jarenlang zijn faillissementsadvocaat, kiest Trump voor een onversneden pro-Israëlische koers.”
en
“Bennett en consorten zullen een langverwachte wens in vervulling zien gaan als de ambassade daadwerkelijk verhuist naar Jeruzalem. Deze stad heeft internationaal de status van ‘corpus separatum’, wat inhoudt dat geen enkele natie haar soevereiniteit over de stad uitoefent. Israël is het enige land dat Jeruzalem als de Israëlische hoofdstad ziet. Er is geen enkele ambassade gevestigd.”
Het artikel is op 19 december 2016 in de papieren editie van NRC verschenen.

Naar aanleiding van het artikel heeft klaagster een ingezonden brief aan de krant gestuurd, die niet is geplaatst. Vervolgens heeft klaagster haar bezwaren kenbaar gemaakt aan de Ombudsman van de krant, die daarop heeft gereageerd op 6 januari 2017. In zijn e-mail heeft de Ombudsman onder meer het volgende geschreven:
“Uw andere bezwaren — de weergave door Walters van J Street als „liberale joden” en van kapo’s als „nazi-collaborateurs” betreffen geen citaten, maar zijn een parafrase. Is die parafrase redelijk? Wat het eerste betreft: het Amerikaanse liberal is inderdaad niet hetzelfde als het Nederlandse „liberaal”, het is eerder „progressief”. Anderzijds, het Nederlandse „links” is ook weer niet hetzelfde als het Amerikaanse left. Een nadere typering door Walters had hier gekund, maar mij lijkt niet dat Walters’ woordkeus voor Nederlandse lezers, die beseffen dat Friedman sprak in een Amerikaanse context, tot verwarring zal hebben geleid.
Dan de „nazi-collaborateurs”. Ja, het was in mijn ogen inderdaad beter geweest als Walters in zijn stuk ook een keer de term „kapo’s” had gebruikt, ook in Nederland tenslotte geen onbekende term. Niettemin vind ik zijn parafrase van Friedman zeker verdedigbaar. Letterlijk sprak de beoogde ambassadeur immers van joden „die andere joden aangaven”.
Over Jeruzalem als corpus separatum dit: u heeft gelijk dat dit een gedateerde term is, die in de praktijk zelden wordt gebruikt, maar feit is ook dat VN-resoluties 181 en 194 (en 303) waarin dit streven wordt uitgesproken nooit zijn ingetrokken. Niet voor niets weigeren de VS tot op heden Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël (en staat in het paspoort van een Amerikaan die in West-Jeruzalem geboren wordt niet ‘Israël’, maar ‘Jeruzalem’). Anders zou het toch ook geen probleem hoeven te zijn als de VS er hun ambassade willen vestigen — niettemin is dat controversieel.
Kortom, ik kan het met u eens zijn dat sommige formuleringen van Walters uitgebreider hadden gekund, maar dat is nog iets anders dan beweren dat, zoals u doet in dezelfde hyperbole stijl als Friedman, dit neerkomt op „totale verkrachting”.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert – kort samengevat – aan dat sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving. Zij maakt ten eerste bezwaar tegen de bewering dat ‘de stad [Jeruzalem] internationaal de status van ‘corpus separatum’ heeft, wat inhoudt dat geen enkele natie haar soevereiniteit over de stad uitoefent.’ Volgens klaagster is deze bewering onjuist. Internationaal wordt erkend dat Israël rechtmatig de soevereiniteit uitoefent over het grondgebied binnen de grenzen zoals die in 1967 golden, inclusief West-Jeruzalem. Wat omstreden is, is of Jeruzalem daarmee ook beschouwd mag worden als hoofdstad van Israël, zolang er nog geen oplossing is voor het Arabisch-Israëlische conflict en/of een definitief vredesverdrag tussen de Palestijnen en Israël. Het begrip ‘corpus separatum’ met betrekking tot Jeruzalem komt uit een aanbeveling uit niet-bindende moties van de VN en heeft daarmee geen geldingskracht in het internationaal recht. Bovendien dateren deze resoluties van zeventig jaar geleden, waarbij de aanbeveling trouwens slechts voor tien jaar zou gelden. Daarna zou een volksraadpleging de definitieve status bepalen. Klaagster benadrukt dat er een verschil is tussen de juridische en materiële werkelijkheid. Derk Walters heeft een en ander door elkaar gehaald, dan wel op zijn minst nagelaten te vermelden dat het ‘corpus separatum’ (nog minder dan) een dode letter is. In dat verband benadrukt klaagster dat de Verenigde Staten wel degelijk hun steun voor het corpus separatum hebben ingetrokken. Zij wijst in dat verband op de ‘Jerusalem Embassy Act’ waarin is bepaald: “…called for Jerusalem to remain an undivided city and for it to be recognized as the capital of the State of Israel”. Amerikaanse presidenten hebben alleen de invoering van de wet een aantal malen opgeschort met een beroep op ‘nationale veiligheidsbelangen’. 
Verder maakt klaagster bezwaar tegen het ten onrechte aan David Friedman toegeschreven citaat “Liberale Joden zijn erger dan nazicollaborateurs.” Zij wijst erop dat het oorspronkelijke citaat luidt: "J Street supporters …. are far worse than kapos."  Het verminkte citaat is overgenomen van het Amerikaanse Vox, dat blijkbaar (anti-Israëlische) sensatie wil zoeken. Vox heeft het citaat allereerst verminkt door daarin de (linkse) organisatie ‘J Street’ te vervangen door ‘liberal jews’, terwijl slechts een gedeelte van de liberal jews aanhanger van het radicale J Street is. Vanuit mainstream en ook ‘liberal’ Joods Amerika is er zware kritiek op J Street. J Street wordt door velen in de Joodse gemeenschap bepaald niet als pro-Israël gezien. Op zijn minst is de organisatie omstreden, aldus klaagster. Verder heeft Vox het citaat verminkt doordat ‘kapos’ is vervangen door ‘Nazi collaborators’. Walters geeft letterlijk het citaat van Vox weer, tussen aanhalingstekens, dus met genoemde aandikkingen. Als Walters de Israëlische bron zou hebben gelezen, dan had hij gezien dat in het citaat zeer bewust de term ‘kapos’ is gebruikt. In het oorspronkelijke artikel legt Friedman uitdrukkelijk direct volgend op het citaat uit waarom hij ‘kapos’ een mindere zware beschuldiging vindt dan ‘nazicollaborateurs’ en daarom heel bewust de term ‘kapos’ gebruikt. Friedman ziet een essentieel verschil tussen beide groepen: namelijk handelen onder dwang of uit vrije wil. Hij noemt J Street dus erger dan kapos, omdat zij vrijwillig samenwerken met ‘de vijand’, in plaats van gedwongen en hij stelt J Street juist op één lijn met nazicollaborateurs. Bovendien heeft Walters het citaat nog verder verminkt door ‘liberal jews’ te vertalen als ‘liberale Joden’. Het eerste betekent echter ‘politiek linkse joden’ en het tweede ‘joden van de liberaal-religieuze stroming’. In dat verband merkt klaagster op dat ‘liberale Joden’ in de Nederlandse betekenis alleen kan slaan op de religieuze stroming. Wie googlet op ‘liberale Joden’ krijgt bij de eerste honderd resultaten uitsluitend artikelen over de religieus-liberale Joden. NRC heeft zelf ook nooit blijk gegeven dat er een andere betekenis zou kunnen zijn. De krant vindt het in artikelen over liberale Joden niet eens nodig om uit te leggen wat er met de term liberale Joden wordt bedoeld, laat staan dat het vermeldt dat de uitdrukking mogelijk verkeerd begrepen zou kunnen worden. De redactie weet dus dat de term voor de lezers van NRC vanzelf spreekt en geen redactionele toelichting behoeft. Overigens, ook als Walters politiek liberaal bedoelde, is de vertaling onjuist. In de Nederlandse betekenis betekent politiek liberaal immers een rechtse overtuiging, terwijl het in de Amerikaanse betekenis links betekent, aldus klaagster. Op de zitting voegt Cohen hieraan toe dat voor de religieuze aanduiding ‘liberale Joden’ het Engelse equivalent ‘Reform Jews’ is. De in het Engelse citaat gebruikte (politieke) term ‘liberal jews’ moet worden vertaald als ‘progressieve joden’.
Klaagster vat samen dat Walters het door Vox verminkte citaat heeft gebruikt en het citaat nog verder heeft verminkt door de term ‘liberal jews’ onjuist te vertalen. Hierdoor opent het artikel met iets tussen aanhalingstekens dat een verkrachting is van het oorspronkelijke citaat. De lezers, en met name de liberale Joden onder hen, zullen onthutst zijn geweest dat een Amerikaanse kandidaat-ambassadeur alle liberaal-religieuze Joden voor nazicollaborateurs uitmaakt, uitsluitend op grond van hun geloofsovertuiging. Deze zware verminking van het citaat is Walters extra aan te rekenen, omdat hij bij herhaling volhoudt dat hij het citaat wel correct heeft weergegeven.
Hoewel Walters de passages heeft overgenomen uit Amerikaanse bronnen – overigens zonder dit te vermelden – zijn de onjuistheden nog steeds voor zijn rekening, aldus klaagster. Zij heeft haar standpunten ter zake toegelicht onder verwijzing naar een groot aantal (internet)publicaties.
Ten aanzien van haar belang voert klaagster aan dat zij door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang. Haar statutaire doelstelling luidt onder meer: “Het bevorderen van Joodse en Israëlische belangen binnen Nederland en de Europese Gemeenschap.” Ter zake van haar feitelijk handelen verwijst zij naar haar website, waaruit blijkt dat haar voornaamste activiteit is: het geven van voorlichting over Israël en Joden in het algemeen en het wijzen op fouten in de journalistieke berichtgeving in het bijzonder. Volgens klaagster valt het artikel hieronder, nu het een verkeerde voorstelling over Israël bevat en onterecht een prominente Jood (David Friedman) afschildert als iemand die een belangrijk deel van de Joodse gemeenschap uitmaakt voor nazicollaborateurs. Cohen licht desgevraagd op de zitting nog toe dat het artikel anti-zionisme in een verkeerd daglicht zet en voeding geeft aan anti-semitisme.

Walters en NRC Handelsblad stellen allereerst de vraag aan de orde of de klacht van klaagster, als niet-betrokkene, door de Raad kan worden beoordeeld. Als er al iemand zich geschaad zou kunnen voelen, dan is dat de heer Friedman, maar hij heeft geen klacht ingediend en hij heeft klaagster ook niet gemachtigd zijn belangen te behartigen. Het staat klaagster vrij om Nederlandse media te volgen en te wijzen op (in hun ogen) foutieve berichtgeving over Israël. Zij heeft ook twee maal een brief gestuurd naar de redactie Opinie. Die brief is niet afgedrukt, maar de heer Struick van Bemmelen is daarover op keurige wijze geïnformeerd. Ook heeft hij, na zich te hebben gewend tot de Ombudsman van NRC, van diens zijde een uitvoerige reactie gekregen. Als de Raad de klacht beoordeelt, vreest de krant een ontwikkeling waarbij zittingen worden gebruikt door lobbygroepen die, zonder direct persoonlijk belang, berichtgeving over ‘hun’ domein of onderwerp volgens hun voorkeur of partijkeuze proberen te beïnvloeden.
Voor zover de Raad toch tot beoordeling van de klacht overgaat stellen Walters en NRC ten aanzien van het gebruik van de term ‘corpus separatum’ dat de Verenigde Naties de relevante resoluties nooit hebben ingetrokken. Daarom is het formele VN-standpunt nog steeds dat Jeruzalem onder internationaal toezicht moet worden geplaatst. De Europese Unie steunt nog altijd de internationalisering van Jeruzalem, in overeenstemming met het Verdelingsplan uit 1947, en beschouwt Jeruzalem als corpus separatum. Ook de Verenigde Staten hebben nooit officieel hun steun ingetrokken voor het corpus separatum. Een Amerikaan die in West-Jeruzalem ter wereld komt, krijgt tot op de dag van vandaag niet in zijn paspoort vermeld dat hij in Israël is geboren — om de simpele reden dat de VS officieel van mening zijn dat Jeruzalem niet tot Israël behoort. Walters beseft goed dat er een verschil is tussen de formele en de materiële werkelijkheid. Het ‘corpus separatum’ is in de praktijk een dode letter: de facto (maar niet de jure) wordt de Israëlische zeggenschap over West-Jeruzalem door het Westen geaccepteerd. Vandaar dat Walters heeft geschreven dat de stad internationaal de status van corpus separatum heeft (dus formeel-juridisch), niet dat het in de praktijk ook zo is. Walters en NRC benadrukken dat het hier gaat om de mening van de internationale gemeenschap. Op de zitting benadrukt Schouten dat het een feit is dat de resoluties niet zijn ingetrokken. Met deze passage wilde Walters kort uitleggen waarom de verhuizing van de ambassade problematisch is. Een hele verhandeling over het corpus separatum is te gecompliceerd en past niet in het kader van dit artikel. De zin had wellicht weggelaten kunnen worden, maar is niet onjuist, aldus Schouten.
Ten aanzien van de zin “Liberale Joden zijn ,,erger” dan nazicollaborateurs.” voeren Walters en NRC aan dat de zin geen citaat is, maar een parafrase. Daarvoor gelden andere regels dan voor een citaat. Het oorspronkelijke citaat luidt: “J Street supporters.... are far worse than kapos.” Een ‘liberale Jood’ kan twee dingen betekenen. Er is de religieuze stroming van liberale joden, ‘Reform Jews’ in het Engels, en je hebt Joden die er politiek gezien liberale opvattingen op nahouden. Walters doelde op de tweede categorie. Verder is J Street een progressief-Joodse organisatie die Israël steunt en voor een tweestatenoplossing strijdt. Links van J Street bevinden zich vele organisaties die Israël minder goed gezind zijn, variërend van Jewish Voice for Peace tot Students for Justice in Palestine. Binnen dat spectrum is J Street volgens Walters geen radicale organisatie. Ten slotte waren kapo’s in letterlijke zin nazicollaborateurs: het ging om Joden die andere Joden aangaven – en dus collaboreerden – zoals Friedman zelf ook schrijft. Walters heeft het artikel van Vox gelezen, maar hij heeft ook de Israëlische bron van de uitspraak van Friedman gezien: hij eindigt zijn artikel zelfs met een letterlijk citaat uit de bewuste Israëlische bron. Dat Walters heeft gekozen voor een vergelijkbare parafrase als die van Vox, was om redenen van helderheid. Gezien het gewicht van de uitspraak van Friedman, wilde hij zijn artikel daarmee beginnen. Zijn overweging was dat een Nederlandse lezer niet direct paraat heeft wat J Street is of wat kapo’s zijn. Door deze termen te omschrijven in plaats van letterlijk te citeren, wilde hij de tekst begrijpelijker maken en zo de lezers dienen. Ter zitting voegt Schouten hieraan toe dat het doel van deze passage was om te laten zien dat Friedman er niet voor terugschrikt zo een vergelijking te maken. Hiermee is hoogstens het belang van Friedman geschaad, aldus Walters en NRC.
Zij concluderen dat er geen feitelijke onjuistheden in het artikel zijn opgenomen en menen dat zij zorgvuldig hebben gehandeld. Op de zitting deelt Schouten nog mee, dat zij begrip heeft voor het emotionele verhaal van Cohen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat op grond van artikel 2 lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad een klacht moet worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’ en dat daaronder tevens wordt beschouwd een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang. De Raad is van oordeel dat klaagsters klacht past binnen haar doelstelling en dat zij daarom in dit geval als ‘rechtstreeks belanghebbende’ kan worden aangemerkt.

Verder overweegt de Raad dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dit brengt ook mee dat in een ingewikkelde kwestie als deze de journalist niet steeds alle nuances hoeft aan te brengen.

Het is de vraag of de zin “Liberale Joden zijn ,,erger” dan nazicollaborateurs” moet worden beschouwd als parafrase of citaat. In ieder geval wordt deze uitspraak door de later gebruikte zinsnede ‘bovenstaande uitspraken van zijn beoogde gezant’ wel degelijk toegeschreven aan Friedman. Niet staat ter discussie dat zijn oorspronkelijke uitspraak luidde: “J Street supporters … are far worse than kapos.” Het is niet journalistiek ontoelaatbaar dat Walters ervoor heeft gekozen
de uitspraak niet letterlijk te vertalen om zo de leesbaarheid te vergroten. Hoewel het beter was geweest als hij de term ‘progressieve Joden’ had gebruikt – zoals de Ombudsman ook aan klaagster heeft geschreven – vindt de Raad dat met de parafrase c.q. vrije vertaling geen zodanige andere betekenis of lading aan de oorspronkelijke uitspraak is gegeven, dat daarmee onzorgvuldig is gehandeld.

Het gebruik van de term ‘corpus separatum’ ter aanduiding van de internationale status van Jeruzalem is evenmin onzorgvuldig. Walters had er wellicht goed aan gedaan dit begrip nader uit te leggen of weg te laten, maar met de term is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van deze kwestie gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Walters en NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2016/43 en RvdJ 2014/46

CONCLUSIE

Walters en NRC Handelsblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 30 juni 2017 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. M.E.L. Kogeldans en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.