2017/14 afgewezen

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om een conclusie over een klacht tegen de Advocatie.nl (RvdJ 2017/4) te herzien. Verzoeker maakt bezwaar tegen de afwegingen die de Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van

X

tot herziening van de conclusie van de Raad van 21 februari 2017 (RvdJ 2017/4) betreffende zijn klacht

tegen

de hoofdredacteur van Advocatie.nl

De heer X te […] (verzoeker) heeft op 16 maart 2017 verzocht om herziening van de conclusie van 21 februari 2017 inzake zijn klacht tegen de hoofdredacteur van Advocatie.nl. Bij de beoordeling van het verzoek is verder correspondentie van verzoeker en de heer L. Wopereis, hoofdredacteur, van 29 maart 2017 en 8 april 2017 betrokken.

Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 21 april 2017 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

De heer X heeft op 27 oktober 2016 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Advocatie.nl over het artikel “Haagse advocaat per direct geschorst: ‘Belangen cliënten ernstig in gevaar’”.

De Raad heeft op 21 februari 2017 zich onthouden van een oordeel ten aanzien van de klacht over feitelijk onjuiste berichtgeving en verder geconcludeerd dat de hoofdredacteur van Advocatie.nl journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld. De Raad heeft daartoe – voor zover van belang voor de beoordeling van het herzieningsverzoek – het volgende overwogen:
“Voor wat betreft het vermelden van de naam van klager overweegt de Raad - in lijn met eerdere conclusies - het volgende. In een publicatie mag de privacy van personen niet verder worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van publicatie.
Bovendien dienen journalisten te voorkomen dat informatie of beelden worden gepubliceerd waardoor verdachten en veroordeelden door het grote publiek eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Tuchtzaken kunnen in zekere zin worden vergeleken met strafzaken. Bij tuchtzaken gaat het echter altijd om handelen van de betrokkene in de uitoefening van zijn beroep, de ‘onderneming’ van de betrokkene, en niet om zijn persoon. Met de openbaarmaking van tuchtrechtelijk verwijtbare fouten door advocaten, artsen, notarissen en soortgelijke functionarissen in de uitoefening van hun beroep, is het algemeen belang gemoeid. Het belang van de ‘onderneming’ van de betrokkene, dat mogelijk door die openbaarmaking wordt geschaad, valt niet onder het privacybelang dat de hiervoor gestelde norm beoogt te beschermen. Daarbij komt dat in dergelijke kwesties in het algemeen door de vermelding van de naam van de betrokkene wordt voorkomen dat verwarring met diens beroepsgenoten ontstaat.
In dit geval is sprake van een spoedvoorziening hangende een nader onderzoek en is (nog) niet definitief vastgesteld dat sprake is van een ‘tuchtrechtelijk verwijtbare fout’. Gezien de door de tuchtrechter opgelegde maatregel - schorsing met onmiddellijke ingang - en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen - dat de belangen van klagers cliënten ‘ernstig gevaar lopen’ en dat ‘vaststaat dat deze belangen reeds op grote schaal zijn geschaad’ - vindt de Raad dat ook onder deze omstandigheden met de openbaarmaking van klagers naam het algemeen belang is gediend. Dat klager toen de procedure tegen hem in gang werd gezet, zich blijkbaar onmiddellijk als advocaat had laten uitschrijven, doet daaraan niet af. Immers, een misslag door een advocaat kan nog enige jaren later door een voormalig cliënt aan de orde worden gesteld. Het handelen van klager kan derhalve ook na zijn uitschrijving nog gevolgen hebben en onderwerp zijn van een (tucht)rechtszaak.
De Raad is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een disproportionele inbreuk op de privacy van klager en dat Advocatie.nl niet journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door klagers naam te vermelden.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Verzoeker stelt dat zijn onderneming wordt gedreven in de vorm van een besloten vennootschap en niet op persoonlijke titel, zoals de Raad ten onrechte lijkt te veronderstellen. Nu hij persoonlijk in het artikel is genoemd, is het ondernemersbelang niet aan de orde. Bovendien waren de onderneming en het beroep door zijn uitschrijving als advocaat al voor de publicatie gestaakt. Er was dus geen ondernemersbelang dat kon worden geschaad, maar alleen een particulier belang. Zijn privacy is daarom wel degelijk aan de orde.
Verder meent verzoeker dat de Raad ten onrechte anticipeert op de juistheid van de schorsing. Verzoeker gaat ervan uit dat in de hoofdzaak in hoger beroep zal worden vastgesteld dat er toch geen sprake was van het op grote schaal schaden van belangen van cliënten en dat er geen sprake was van het ernstig gevaar lopen van cliënten. Zijn naam komt ook niet voor op de lijst van geschorste advocaten van de Nederlandse Orde van Advocaten, kennelijk omdat er onvoldoende zekerheid is.
Tot slot stelt verzoeker dat de Raad er ten onrechte vanuit gaat dat hij een maatschappelijke rol in het openbare leven speelt. Aangezien tuchtzaken kunnen worden vergeleken met strafzaken, dient in principe geen belangenafweging plaats te vinden en moet de privacy worden beschermd, aldus verzoeker.

Advocatie.nl stelt daar tegenover dat de Raad in de conclusie met ‘de onderneming’ niet de ondernemingsvorm bedoelt, maar het voeren van een advocatenkantoor in algemene zin. Dat de besloten vennootschap vlak voor de schorsing werd gestaakt, niet ter zake deed in de uitspraak van de Raad van Discipline en dus ook niet in de berichtgeving.
Verder wijst Advocatie.nl erop dat de tuchtklacht nog in behandeling is. Op de openbare lijst van geschorste advocaten van de Nederlandse Orde van Advocaten staan uitsluitend namen van advocaten die onherroepelijk zijn geschorst of van het tableau geschrapt.
Ten slotte voert Advocatie.nl aan dat iedere advocaat door zijn beroep een maatschappelijke functie vervult. Als de belangen van (potentiële) cliënten (dreigen te) worden geschaad door een advocaat, dan is het algemeen belang gediend bij de openbaarmaking van de naam van deze advocaat.
Advocatie.nl concludeert dat de Raad zijn conclusie niet heeft gebaseerd op onjuistheden.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Herziening van een eerder gedane conclusie is alleen mogelijk indien verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’.

Kern van het verzoek is dat verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad. Verzoeker heeft weliswaar betoogd dat de Raad onjuiste aannames heeft gedaan, maar zijn stellingen ter zake berusten op een onjuiste interpretatie van de overwegingen van de Raad. Het is niet aannemelijk geworden dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.

Het verzoekschrift bevat verder (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoeker eerder al in zijn klacht heeft geformuleerd en waarover de Raad een oordeel heeft gegeven. Voor een herziening alleen op grond van (aanvullende) stellingen biedt het Reglement geen ruimte. Dat verzoeker het niet eens is met het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.

Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2016/31
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1

BESLISSING

Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.

Zo vastgesteld door de Raad op 19 mei 2017 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. M.E.L. Kogeldans en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.