2017/13 zorgvuldig

Samenvatting

De Gelderlander, het AD en DeOndernemer.nl hebben in een reeks berichten op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan het evenement Taptoe Arnhem/Arnhem Tattoo, een initiatief van klagers. Niet is gebleken dat de berichtgeving relevante onjuistheden bevat. Bovendien zijn klagers – een stichting en haar oprichter/voorzitter – in de gelegenheid gesteld te reageren en hun wederhoor is op journalistiek aanvaardbare wijze weergegeven. Dat klagers op een gegeven moment niet meer bereikbaar waren voor commentaar, kan de betrokken media niet worden verweten. Vast staat verder dat de voorzitter zich heeft geprofileerd als het gezicht van de stichting en het evenement in Arnhem. Aldus konden klagers als het ware vereenzelvigd worden. Het was journalistiek relevant om in het kader van berichtgeving over de organisatie van het evenement, waar zich al problemen voordeden, tevens aandacht te besteden aan de aanhouding van de voorzitter van de stichting in een ander verband. Dit brengt ook mee dat in dit geval de naamsvermelding van de voorzitter – die een zekere mate van bekendheid genoot – relevant was. Het is niet journalistiek onzorgvuldig dat de media niet direct na de aanhouding van de voorzitter zijn overgegaan tot anonimisering van de berichtgeving. Van een onevenredige aantasting van diens privacy is geen sprake.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Stichting Y

tegen

de hoofdredacteuren van De Gelderlander, het AD en DeOndernemer.nl

De heer X heeft op 15 augustus 2016 in persoon en – als voorzitter – namens de Stichting Y Tattoo (hierna gezamenlijk: klagers) twee klachten ingediend tegen de Persgroep inzake berichtgeving van De Gelderlander, het AD en DeOndernemer.nl. Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad in een e-mail van 23 augustus 2016 klagers geïnformeerd over de klachtprocedure en hen geadviseerd zich te wenden tot de hoofdredacteuren van De Gelderlander, het AD en DeOndernemer.nl. Vervolgens hebben klagers in een e-mail van 19 oktober 2016 aan de Raad bericht dat zij zich tot de betrokken hoofdredacteuren hadden gewend en dat zij hun klachten wilden voortzetten. Hierna hebben klagers hun klachten nog uitgebreid met latere publicaties en uiteindelijk op 4 januari 2017 aan de Raad bericht dat hun klachten compleet waren. Bij de beoordeling van de klachten is verder correspondentie betrokken van klagers en de heer mr. M.J. van Breda, hoofd Juridische Zaken van de Persgroep, van 15 en 20 februari 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 24 februari 2017. Namens klagers was daar de heer X aanwezig. Aan de zijde van de betrokken media zijn de heer P. Jansen, hoofdredacteur van De Gelderlander, en de heer Van Breda voornoemd verschenen.

DE FEITEN

De klachten hebben betrekking op de volgende publicaties:

Verschenen op de website van De Gelderlander
-          op 8 juni 2016 een bericht met de kop “Onenigheid binnen organisatie Taptoe Arnhem Tattoo”;
-          op 11 juni 2016 een bericht met de kop “Bands willen niet naar Arnhem Tattoo wegens ‘onbetrouwbare’ organisatie”;
-          op 13 juni 2016 een bericht met de kop “Organisator van militair muziekfestijn Arnhem Tattoo aangehouden”;
-          op 14 juni 2016 een bericht met de kop “Taptoe nog altijd niet officieel afgelast”;
-          op 15 juni 2016 een bericht met de kop “Cornielje trekt handen af van militair muziekfestijn Arnhem Tattoo”;
-          op 18 juni 2016 een bericht met de kop “Kas Schotse pipeband leeg door cancellen Taptoe Arnhem”;
-          op 6 juli 2016 een bericht met de kop “Juridisch loket: ‘Doe allemaal aangifte tegen Arnhem Taptoe’”;
-          op 20 september 2016 een bericht met de kop “Organisatoren Taptoe al langer gezocht voor oplichting”;
-          op 27 oktober 2016 een bericht met de kop “Nader onderzoek organisatoren Taptoe Arnhem”;
-          op 5 december 2016 een bericht met de kop “OM stopt onderzoek naar mogelijke oplichting bij Taptoe”.

Verschenen op de website van het AD
-          op 13 juni 2016 een bericht met de kop “Organisator van militair muziekfestijn Arnhem Tattoo aangehouden”;
-          op 17 juni 2016 een bericht met de kop “‘Weinig kans op geld terug voor kaartjes Taptoe Arnhem’”’;
-          op 18 juni 2016 een bericht met de kop “Leden comité taptoe Arnhem stappen allemaal op”;
-          op 24 juni 2016 een bericht met de kop “Justitie: ‘Rekening organisatoren taptoe niet geblokkeerd’”;
-          op 6 juli 2016 een bericht met de kop “Juridisch loket: ‘Doe allemaal aangifte tegen Arnhem Taptoe’”;
-          op 20 september 2016 een bericht met de kop “Organisatoren Taptoe al langer gezocht voor oplichting”.

Verschenen op de website van DeOndernemer.nl
-          op 15 juni 2016 een bericht met de kop “Taptoe fraude: verschillende ondernemers de dupe van één man”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – kort samengevat – dat op onjuiste en tendentieuze wijze over hen is bericht. Zij maken er met name bezwaar tegen dat ten onrechte is beweerd dat er onenigheid was binnen de organisatie, dat er geen bands naar het evenement wilden komen en dat X – met een andere onderneming – zich schuldig had gemaakt aan oplichting. Bovendien is onvoldoende wederhoor toegepast, aldus klagers. Verder vinden zij het onjuist dat zij met elkaar zijn vereenzelvigd en dat de naam van X is vermeld.
Klagers lichten uitvoerig de achtergronden toe van de ontstane situatie. Zij hadden slechts een zakelijk geschil met enkele zakenrelaties en menen dat de media zich voor het karretje van de desbetreffende relaties hebben laten spannen. In dat verband is onder meer gewag gemaakt van ‘een lange lijst schuldeisers’, maar daarvan was geen sprake. Klagers zouden pas in een later stadium geld krijgen van subsidieverstrekkers en sponsoren. Met uitzondering van één zakenrelatie, hadden de anderen nog geen recht op betaling. Verder menen klagers dat de organisatie is neergezet als het werk van slechts twee personen, te weten: de voorzitter en zijn vrouw, terwijl er veel meer personen bij de organisatie zijn betrokken. Daarnaast maken zij er bezwaar tegen dat X zonder goede grond is afgeschilderd als een ‘onbetrouwbare oplichter’. Ten aanzien van het toepassen van wederhoor deelt X desgevraagd op de zitting mee dat hij begrijpt dat zijn reactie niet volledig kan worden gepubliceerd, maar dat essentiële delen zijn weggelaten. Zo heeft hij onder meer tegen een verslaggever gezegd dat een van de geraadpleegde bronnen zich zelf niet fatsoenlijk heeft gedragen en daarom niet op het evenement welkom was. Dit is echter niet in het artikel verwerkt. Klagers vinden het verder onjuist dat X in één adem is genoemd met Stichting Y (de Stichting). Zij benadrukken dat de Stichting noch ‘het militair muziekfestijn’ iets te maken heeft gehad met de aanhouding van X. Over die aanhouding had volgens klagers ook bericht kunnen worden op een wijze waardoor het imago van de Stichting niet beschadigd zou zijn geraakt. De Stichting is nu in een zodanig kwaad daglicht gesteld, dat het niet meer mogelijk was het evenement in de beoogde vorm en onder die naam te organiseren. Door de negatieve berichtgeving hebben sponsoren en subsidieverstrekkers zich teruggetrokken en viel de financiële basis om het evenement te organiseren weg. Uiteindelijk moest het evenement worden afgezegd. Aldus is voor klagers, de vrijwilligers en de professionele krachten aanzienlijke schade ontstaan.

De betrokken media voeren – kort samengevat – aan dat X in oktober 2015 De Gelderlander heeft geattendeerd op de plannen voor een militair muziekfestijn in Arnhem en de krant daarna veelvuldig heeft geïnformeerd over nieuwe ontwikkelingen. In anderhalf jaar is hieraan in diverse artikelen aandacht besteed. X maakte nooit bezwaar tegen het feit dat hij als organisator werd opgevoerd en al evenmin tegen de vermelding van zijn naam. Vanaf het begin is er neutraal tot positief over klagers en het evenement bericht. Er deden zich echter ontwikkelingen voor die de redactie niet kon negeren, maar de artikelen zijn niet geschreven met de intentie om klagers te beschadigen. Begin juni 2016 bleek dat in de aanloop naar het evenement diverse problemen waren ontstaan. Zo trok de Duitse cateraar zich terug, waarbij deze de redactie liet weten dat diverse bedrijven niet werden betaald. Daarna volgde het bericht dat een aantal Nederlandse Pipes & Drums bands niet aan de taptoe wilde meewerken. In beide gevallen had de redactie bronnen voor de berichtgeving. Bovendien is wederhoor bij X toegepast en is zijn reactie in de publicaties verwerkt. Klagers maken nergens aannemelijk dat het evenement als gevolg van de publiciteit geen doorgang kon vinden. De oorzaak is erin gelegen dat de ene na de andere partij afhaakte en daarvan is telkens feitelijk verslag gedaan. Vervolgens is medio juni bericht dat X en zijn echtgenote waren aangehouden. Dat had niets met de taptoe te maken, maar dat is ook niet beweerd. De aanhouding van X had nieuwswaarde vanwege het feit dat hij c.q. zijn stichting de taptoe zou organiseren en daarbij al van alles misging. De media hebben niets anders gedaan dan berichten over een lopende en zich verder ontwikkelende kwestie. Daarna volgden nieuwe beschuldigingen aan het adres van X, die toen telefonisch niet meer bereikbaar was. Omdat de redactie graag zijn reactie wilde optekenen, zijn verslaggevers bij hem aan de deur geweest, maar hij weigerde hen te woord te staan. Aangezien ook de advocaat van X in een later stadium niet meer wilde reageren, was het toepassen van wederhoor niet meer mogelijk.
Volgens de betrokken media is de privacy van X niet nodeloos geschaad. In de eerste dagen na de aanhouding had het vermelden van de naam van X een functie. De aanhouding van de organisator van de Taptoe Arnhem was groot nieuws in de regio Arnhem. X genoot inmiddels een zeker mate van publieke bekendheid – waaraan hij tot dat moment van harte had meegewerkt – en over de organisatie van de taptoe. Het lag daarom voor de hand X niet te anonimiseren en hij heeft hier destijds ook niet om gevraagd. Op een gegeven moment heeft de redactie op eigen initiatief besloten X aan te duiden met zijn initiaal, omdat de vermelding van de volledige naam niet langer functioneel was.
Ten aanzien van de vereenzelviging van klagers voeren de betrokken media aan dat de organisatie van de taptoe formeel in handen was van Stichting Y, maar dat de Stichting is opgericht door X en zijn vrouw. Beiden zijn bestuurder van de Stichting, die bovendien hetzelfde (post)adres heeft als X. X trad ook altijd naar buiten als organisator van de taptoe. Het gesuggereerde onderscheid tussen X en de Stichting komt zeer kunstmatig over en doet geen recht aan de werkelijkheid.
De betrokken media concluderen dat zij zorgvuldig hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klachten is dat sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving, waarbij onvoldoende wederhoor is toegepast en de privacy van X onevenredig is aangetast. De Raad zal zich tot deze kern beperken.
 
Het stond de betrokken media vrij om in hun berichtgeving de handelwijze van klagers kritisch te belichten aan de hand van informatie die zij van diverse bronnen hadden ontvangen. Het is aan de redactie om een keuze te maken ten aanzien van de bronnen die zij raadpleegt.

Klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de berichtgeving relevante onjuistheden bevat. De redactie heeft de door de bronnen verstrekte informatie niet op onzorgvuldige wijze verwerkt. Daarbij komt dat klagers – in de persoon van X – in de gelegenheid zijn gesteld op de aantijgingen te reageren. De reacties van X zijn bovendien op journalistiek aanvaardbare wijze in de publicaties weergegeven. Voor de lezer is duidelijk dat klagers de beschuldigingen aan hun adres weerspreken. Weliswaar zijn daarbij niet alle details over de geschillen tussen klagers en hun zakenrelaties vermeld, maar daartoe waren de media ook niet gehouden. Naar het oordeel van de Raad is in de berichtgeving geen vertekend beeld van de toenmalige stand van zaken gegeven. Dat X op een gegeven moment niet meer bereikbaar was voor commentaar en aldus van de gelegenheid tot wederhoor niet adequaat gebruik heeft gemaakt, kan de betrokken media niet worden verweten.

X is oprichter en voorzitter van de Stichting Y. Vast staat verder dat hij zich heeft geprofileerd als het gezicht van de Stichting en het evenement in Arnhem. Aldus konden klagers als het ware vereenzelvigd worden. Dat er juridisch een onderscheid tussen de natuurlijke persoon van X en de rechtspersoon van de Stichting valt te maken, was voor de berichtgeving niet relevant. Het is niet onbegrijpelijk of journalistiek onaanvaardbaar dat de media tevens aandacht hebben besteed aan (het handelen van) X in persoon op de wijze zoals zij hebben gedaan. Het was journalistiek relevant om in het kader van berichtgeving over de organisatie van het evenement, waar zich al problemen voordeden, tevens aandacht te besteden aan de aanhouding van X in een ander verband. In de berichtgeving is ook een duidelijk onderscheid gemaakt tussen (de organisatie van) het evenement en die aanhouding.

Het journalistieke belang om in het kader van de zakelijke geschillen tussen klagers en hun relaties tevens te berichten over de strafrechtelijke verdenkingen jegens X, brengt ook mee dat in dit geval de naamsvermelding van X relevant was. Het is bovendien aannemelijk dat X – als het gezicht van de Stichting en het evenement in Arnhem, mede als gevolg van de zelf gezochte mediabelangstelling vanaf oktober 2015 – een zekere mate van bekendheid genoot. Het is dan ook voorstelbaar en niet journalistiek onzorgvuldig dat de media niet direct na de aanhouding van X zijn overgegaan tot het anonimisering van de berichtgeving. Dat de media in latere berichten de naam van X hebben geanonimiseerd, maakt niet dat ze dat eerder hadden moeten doen. Van een onevenredige aantasting van de privacy van X is geen sprake.
 
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de betrokken media journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.1 
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/35 en RvdJ 2011/46

CONCLUSIE

De Gelderlander, het AD en DeOndernemer.nl hebben zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 4 mei 2017 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. M.J.H. Doomen, mw. M. Stenneke en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.