2017/12 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

De heer X heeft geklaagd over een uitzending van het televisieprogramma Internetpesters Aangepakt, waarin aandacht aan hem is besteed. De Raad doet geen inhoudelijke uitspraak over  de klacht tegen Peter R. de Vries, Strix Television B.V. en RTL Nederland B.V., omdat deze niet op de juiste wijze eerst aan het betrokken medium is voorgelegd.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

Peter R. de Vries, Strix Television B.V. en RTL Nederland B.V. (Internetpesters Aangepakt)

Mevrouw mr. B.G.M.C. Peters, advocaat te Amsterdam, heeft op 24 oktober 2016 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen Peter R. de Vries, Strix Television B.V. en RTL Nederland B.V. Bij de bespreking van de zaak is verder correspondentie van klager en Strix Television B.V. betrokken van 26 november 2016, van 13 januari 2017 en van 7 en 21 maart 2017

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 24 maart 2017. Klager is daar verschenen, vergezeld door zijn partner en mr. Peters. Peter R. de Vries was eveneens aanwezig, vergezeld door mevrouw Ch. van Schuylenburch, regisseur, en mevrouw E. Heitkamp, uitvoerend producent.

DE FEITEN

Op 3 mei 2016 en 7 juni 2016 is in het televisieprogramma Internetpesters Aangepakt aandacht besteed aan klager.

Naar aanleiding daarvan heeft de voormalig advocaat van klager mr. Y in een brief van 20 juni 2016 aan Strix Television, met kopie aan RTL Nederland, onder meer het volgende bericht:
“Client is zeer ontstemd over de inhoud van beide uitzendingen en de wijze waarop hij daarin wordt neergezet. Wat cliënt betreft is sprake van journalistiek onzorgvuldig handelen doordat hij eenvoudig identificeerbaar is geweest en er sprake is geweest van het welbewust presenteren van onjuiste feiten. Voor de goede orde: ik heb de uitzendingen zelf nog niet gezien en baseer mij voorlopig dan ook op de informatie die ik van cliënt heb ontvangen.”
en
“Kortom, voldoende informatie om de klachten van cliënt vooralsnog serieus te nemen. Voordat ik echter kan overgaan tot het formuleren en motiveren van eventuele klachten en bezwaren dien ik zelf kennis te kunnen nemen van de desbetreffende uitzendingen. Ik wil u hierbij dan ook verzoeken mij deze twee uitzendingen op een dvd te doen toekomen, waarvoor uiteraard bij voorbaat mijn dank.”

In het kader van deze klachtprocedure heeft mr. Y aan mevrouw mr. Peters het volgende bericht:
“Noch Strix TV en/of Peter R. de Vries, noch RTL Nederland heeft inhoudelijk gereageerd op de verwijten die ik met name Strix TV en De Vries namens cliënt maakte. Het ging mij niet alleen om de dvd van de uitzendingen, welke ik van Strix altijd kreeg als ik daarom vroeg, maar met name ook om hen direct in de gelegenheid te stellen inhoudelijk te reageren op de verwijten. Vandaar dat ik ook direct heb gesteld dat sprake was van journalistiek onzorgvuldig handelen. Dit onzorgvuldig handelen bestond op dat moment uit het feit dat cliënt eenvoudig identificeerbaar was en dat sprake was van het bewust presenteren van onjuiste feiten.”
en
“Voor zover deze vraag door de RvdJ wordt gesteld ivm ontvankelijkheid ben ik van oordeel dat ik Strix en De Vries in voldoende mate heb geïnformeerd over de inhoudelijke verwijten die ook voor hen eenvoudig plaatsbaar waren. Het was vervolgens aan hen te reageren. Dat dit niet is gebeurd komt naar mijn oordeel ook voor hun rekening en risico. Ik had wellicht nog een keer een reminder kunnen sturen maar dat is niet gebeurd en doet ook niet af aan de gedachte eerst het medium aan te spreken en in de gelegenheid [te] stellen te reageren.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert – kort samengevat – aan dat zijn privacy is geschonden en dat sprake is van onjuiste berichtgeving, waarbij door hem aangedragen informatie ten onrechte niet is gebruikt.
Ten aanzien van het indienen van zijn klacht stelt klager dat hij met regelmaat bij zijn voormalig advocaat mr. Y heeft geïnformeerd hoe de stand van zaken was. Y heeft hem daarop meegedeeld dat hij op een inhoudelijk antwoord wachtte van Peter R. de Vries, Strix Television en de Raad. Na enige tijd heeft klager persoonlijk contact opgenomen met de Raad. Toen bleek dat Y ondanks regelmatige verzoeken van klager de klacht nog niet bij de Raad had ingediend. Vervolgens heeft klager Y enkele dagen voor het verstrijken van de klachttermijn geconfronteerd met zijn bevindingen. Omdat zijn vertrouwen in Y beschaamd was en de tijd beperkt, heeft klager zelf zijn klacht bij de Raad ingediend met een begeleidende brief van mevrouw mr. Peters.
Volgens klager heeft Y in zijn brief van 20 juni 2016 zeer duidelijk namens hem gesteld dat hij ‘zeer ontstemd is over de inhoud van beide uitzendingen en de wijze waarop hij daarin wordt neergezet’ en dat wat hem betreft ‘sprake is van journalistiek onzorgvuldig handelen doordat hij eenvoudig identificeerbaar is geweest en dat sprake is geweest van het welbewust presenteren van onjuiste feiten’. Dit zijn duidelijke verwijten aan Strix Television, De Vries en RTL Nederland, waarop niet inhoudelijk is gereageerd. Dat Y de verwijten op een later tijdstip zou aanvullen doet niet af de mogelijkheden die Strix Television c.s. hadden om te reageren. De inhoudelijke verwijten waren duidelijk en eenvoudig plaatsbaar. Het had op de weg van Strix Television c.s. gelegen te reageren. Het wel of niet aanvullen van de klacht doet niet af aan het feit dat het betrokken medium is geïnformeerd en aangesproken, waarna de mogelijkheid zich heeft voorgedaan een reactie te geven op de beschuldigingen. Omdat Strix Television c.s. niet hebben gereageerd, kon hij overgaan tot het indienen van de klacht bij de Raad, aldus klager.
Op de zitting voegt mr. Peters hieraan nog toe dat het spijtig is hoe het contact tussen de voormalig advocaat van klager en Strix Television c.s. is verlopen, maar dat dit niet mag leiden tot de conclusie dat klager zijn klacht niet op de juiste wijze heeft ingediend.

Strix Television voert, mede namens De Vries en RTL Nederland, aan dat klager zijn klacht niet op de juiste wijze aan het betrokken medium heeft voorgelegd.
Mr. Y heeft weliswaar in juni 2016 schriftelijk contact opgenomen met het programma, maar in zijn brief heeft hij niet omschreven wat de klacht precies was. Sterker nog, hij heeft geschreven dat hij ‘nog niet kan overgaan tot het formuleren en motiveren van een eventuele klacht en bezwaren’ omdat hij nog geen kennis had genomen van de desbetreffende uitzendingen. Daarom heeft Y verzocht om de uitzendingen op dvd toegestuurd te krijgen en aan dat verzoek is voldaan. Daarna is het meer dan een half jaar stil gebleven. Er is nooit een tweede brief  ontvangen, laat staan dat er een duidelijke klacht is geformuleerd waar de programmamakers en producent op hebben kunnen reageren. De makers en producent hebben dus ook nooit iets kunnen toelichten, weerspreken of rectificeren.
Ook de Raad heeft nooit een bericht ontvangen dat klager iets meer tijd nodig had of dat sprake was van andere omstandigheden waardoor enig uitstel gerechtvaardigd was.
Strix Television c.s. menen dan ook dat zij erop mochten vertrouwen dat de kwestie was afgedaan. Zij willen er bovendien nadrukkelijk op wijzen dat het uitblijven van enige reactie en/of het concretiseren van de klacht niet het gevolg kan zijn van klagers onbekendheid of onervarenheid met de procedures van de Raad. Klager heeft zich in deze kwestie laten vertegenwoordigen door een professional, een advocaat. Mr. Y heeft ruime ervaring met klachtprocedures bij de Raad en moet zich dus zeer bewust zijn geweest van zijn taken en verantwoordelijkheden. Nu klager én zijn advoca(a)t(en) meer dan een half jaar niets van zich hebben laten horen — in strijd met de procedures en zonder enige vorm van rechtvaardiging — dient de Raad daar consequenties aan te verbinden. Er is immers niet voldaan aan het vereiste dat klager zijn bezwaar binnen drie maanden voorlegt aan het medium, waarna het medium vervolgens één maand de gelegenheid krijgt om de klacht af te handelen. Nu de eerste stap in de procedure – door het uitblijven van een duidelijk geformuleerde klacht – niet is gezet, komt de klacht niet in aanmerking voor inhoudelijke beoordeling door de Raad, aldus Strix Television c.s.

BEOORDELING VAN DE JUISTHEID VAN DE INDIENING VAN DE KLACHT

Met de ingang van de nieuwe werkwijze van de Raad per 1 november 2013 fungeren media als eerste lijn in de afhandeling van klachten. In artikel 2a lid 1a van het Reglement is bepaald dat een klager, voordat hij zich tot de Raad kan wenden, zijn bezwaren eerst moet voorleggen aan het medium. Achtergrond van deze bepaling is dat – in het kader van een goede zelfregulering door de media – uitgangspunt verdient te zijn dat partijen eerst samen overleg voeren om te bezien of zij tot een minnelijke oplossing van het probleem kunnen komen.
Volgens het reglement dient een klager zich binnen drie maanden na de publicatie tot het betrokken medium te wenden en heeft het medium vervolgens (maximaal) één maand de gelegenheid de klacht af te handelen. Als het medium de klacht niet naar tevredenheid heeft opgelost of niet heeft gereageerd, dan kan de klager vervolgens een klacht bij de Raad indienen.

In zijn brief van 20 juni 2016 heeft mr. Y gesteld dat klager meende dat hij eenvoudig identificeerbaar is geweest en dat sprake is geweest van het welbewust presenteren van onjuiste feiten. Hiermee waren de bezwaren van klager voldoende geconcretiseerd.
Echter, de  uitlating in voormelde brief dat mr. Y de klacht van klager vooralsnog serieus nam en kennis wilde nemen van de desbetreffende uitzendingen ‘voordat hij kon overgaan tot het formuleren en motiveren van eventuele klachten en bezwaren’ volgt dat hij die bezwaren kennelijk (nog) niet wilde overnemen.
Strix Television c.s. kon en mocht deze uitlating opvatten in de zin dat zij aan mr. Y de twee uitzendingen op een dvd moest doen toekomen zodat deze zich er over kon beraden of een klacht zou worden ingediend. Strix Television c.s. behoefde dan ook niet meer te doen dan het toezenden van de gevraagde dvd’s.  
Het had vervolgens op de weg van mr. Y gelegen om ná de ontvangst en kennisneming van de uitzendingen aan Strix Television c.s. kenbaar te maken welke klachten hij namens klager wenste in te dienen.
Aangezien mr. Y dit heeft nagelaten komt de Raad tot de conclusie dat klager zijn klacht niet op de juiste wijze aan het medium heeft voorgelegd. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat klager door een professionele adviseur werd vertegenwoordigd. Dat diens handelwijze voor klager nadelig uitpakt, zal voor rekening van klager moeten komen.

De Raad zal de klacht dan ook niet inhoudelijk beoordelen.

Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2a

CONCLUSIE

De klacht is niet op de juiste wijze ingediend en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 12 april 2017 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, dr. H.J. Evers, ir. B.L. Hooghoudt en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.