2017/10 zorgvuldig

Samenvatting

M. Hulspas en de Volkskrant hebben in het artikel “Uniek materiaal voor een fraai complotdenkersboek” het boek ‘Complotdenkers’ van M. Reijnders gerecenseerd. In dat verband heeft Hulspas zich ook uitgelaten over M. Kat (klager). De vrijheid van een recensent strekt zich ook uit tot het verkondigen van zijn mening over personen die onderwerp zijn van het besproken werk c.q. een relevant deel uitmaken van de inhoud ervan. Het is voldoende duidelijk dat de recensie prikkelend is bedoeld en de persoonlijke mening van Hulspas over (onder anderen) klager betreft. Gelet op het feit dat klager zelf de publiciteit niet schuwt, zal hij zich een zekere mate van kritische en polemische bejegening moeten laten welgevallen. In dat licht bezien is de recensie niet zodanig kwetsend of beledigend, dat daarmee grenzen zijn overschreden van wat journalistiek zorgvuldig is.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. Kat

tegen

M. Hulspas en de hoofdredacteur van de Volkskrant

De heer M. Kat (klager) heeft op 30 november 2016 een klacht ingediend tegen M. Hulspas, H. Kraak en de hoofdredacteur van de Volkskrant. Nadat de secretaris van de Raad klager heeft geïnformeerd over de klachtprocedure, heeft klager zijn klacht eerst voorgelegd aan de Volkskrant en vervolgens op 8 december 2016 kenbaar gemaakt dat hij zijn klacht wilde doorzetten. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en mevrouw C. de Vries, managing editor, betrokken van 9, 13 en 19 december 2016 en van 6 en 23 januari 2017. Verder is op verzoek van klager een dossier bij de stukken gevoegd inzake een door hem op 15 februari 2016 bij de Raad ingediende klacht.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 3 februari 2017. Namens klager is daar mr. T. Stapel, advocaat te Haarlem, verschenen. Aan de zijde van de krant waren mevrouw De Vries en de heer M. van Breda, bedrijfsjurist, aanwezig.

Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de klacht heeft mr. Stapel allereerst verzocht om met klager, die in het buitenland verblijft en de zitting niet kan bijwonen, een Skype-verbinding te maken. De Raad heeft de zitting geschorst, over dit verzoek beraadslaagd en vervolgens beslist als volgt.
De Raad kent een Protocol voor het maken van beeld- en geluidsopnamen op grond waarvan het is toegestaan om beeld- en geluidsopnamen te maken ter zitting, mits de in het Protocol vastgestelde regels in acht worden genomen. Hoewel een Skype-verbinding als zodanig geen opname van het gevoerde gesprek behelst, kan degene met wie de verbinding wordt gemaakt eenvoudig overgaan tot het maken van opnamen. De Raad acht zijn Protocol daarom mede van toepassing op het onderhavige verzoek. Volgens voorwaarde 1. van het Protocol dient een verzoek te worden gedaan uiterlijk 24 uur voor aanvang van de zitting. Er bestaat geen aanleiding om in dit geval een uitzondering op deze regel te maken. Klager en zijn raadsman wisten ruim van tevoren dat klager de zitting niet zou kunnen bijwonen, zodat zij dit verzoek tijdig hadden kunnen doen. Aangezien zij dit hebben nagelaten, moet het verzoek reeds hierom worden afgewezen. Bovendien heeft de Volkskrant bezwaar gemaakt tegen het maken van opnamen c.q. een Skype-verbinding, hetgeen op grond van voorwaarde 3.a. van het Protocol eveneens leidt tot afwijzing van het verzoek. Daarbij komt dat de klachtprocedure erin voorziet dat een klager zich op de zitting kan laten vertegenwoordigen indien hij zelf is verhinderd. Zeker nu klager door een juridisch deskundige wordt vertegenwoordigd, acht de Raad het niet aannemelijk dat hij in zijn procedurele belangen wordt geschaad als de Skype-verbinding niet tot stand wordt gebracht. Het verzoek tot het maken van een Skype-verbinding is derhalve afgewezen.

Hierna heeft mr. Stapel namens klager aan de voorzitter van de Raad, prof. mr. B.E.P. Myjer, de vraag gesteld of hij aanleiding ziet zich in deze zaak te verschonen vanwege zijn relatie met de heer Demmink. De voorzitter heeft daarop geantwoord dat hij Demmink slechts beroepshalve kent. Zijn relatie met Demmink kan worden gekwalificeerd als een goede collegiale relatie, zonder dat sprake is van een speciale vriendschappelijke relatie. Volgens de voorzitter is derhalve geen sprake van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van de Raad schade kan lijden. Hij heeft dan ook geen enkele reden gezien zich als voorzitter te verschonen.
Nadat mr. Stapel vervolgens telefonisch overleg heeft gevoerd met klager, heeft hij laten weten dat klager verder geen bezwaar maakt tegen de behandeling van de klacht door de voorzitter en niet overgaat tot een verzoek tot wraking.

De klacht is vervolgens inhoudelijk behandeld.

DE FEITEN

Op 26 november 2016 is in de Volkskrant in de rubriek ‘Boeken’ een artikel van de hand van Hulspas verschenen onder de kop “Uniek materiaal voor een fraai complotdenkersboek”, waarin het boek ‘Complotdenkers’ van M. Reijnders wordt gerecenseerd. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Had dit een boek moeten worden over de affaire Joris Demmink? Of een ontmaskering van de bizarre club rond kletskous Micha Kat? Al het materiaal is aanwezig.”
en
“Reijnders duikt hier en daar in het brede water van de complottheorieën, haalt wat historische achtergronden naar boven, maar Complotdenkers draait om het handjevol warhoofden dat het leven van Demmink en vele anderen tot een hel maakt.”
en
“Zijn ware onderwerp zijn de paranoïde gekkies die zich op Demmink hebben gestort.”
en
“Kat is de ongekroonde koning van dit gekkenhuis.”
De recensie is ook op de website van de Volkskrant geplaatst, in de rubriek ‘Recensies’, met de bovenkop “Complotdenkers draait om handjevol warhoofden”.

Op dezelfde dag verscheen in de Volkskrant een artikel van de hand van Kraak met de kop “Complotdenken is anno 2016 weer heel normaal”. In dit artikel is klager niet genoemd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat de recensie zeer negatieve kwalificaties aan zijn adres bevatten, die niet door feiten worden ondersteund. Sterker, de overdaad aan feiten die het tegendeel aantonen – dat hij een degelijk journalist is met een enorm track record – wordt geheel verzwegen. Daarbij komt dat geen wederhoor is toegepast. Volgens klager wordt een en ander verergerd en verzwaard doordat de recensie wordt ondersteund door het artikel van Kraak. Daarin wordt weliswaar zijn naam niet genoemd, maar de in de recensie van Hulspas gebezigde kwalificaties zullen door de lezer zonder enige twijfel worden meegenomen naar het artikel van Kraak, aldus klager. Hij meent dat sprake is van een moedwillige poging hem persoonlijk schade toe te brengen en hem zo hard mogelijk te treffen in zijn persoonlijke levenssfeer.
Op de zitting heeft mr. Stapel hieraan toegevoegd dat een recensent kritisch mag ingaan op het onderwerp van zijn recensie, te weten: de maker en diens product. De grote mate van vrijheid die Hulspas heeft om zijn mening te verkondigen, is echter niet van toepassing op zijn beweringen over klager. Klager is immers niet de maker van het door Hulspas besproken boek, maar een van degenen die in dat boek voorkomen. Daarbij komt dat de door Hulspas gebruikte stijlmiddelen de grenzen van het betamelijke overschrijden. Vertegenwoordigers van afwijkende meningen verliezen zo hun geloofwaardigheid. De wijze waarop klager zich uitlaat over anderen, geeft Hulspas niet het recht op deze wijze over klager te schrijven.
Ten slotte heeft mr. Stapel desgevraagd meegedeeld dat de klacht niet (meer) is gericht tegen het artikel van Kraak, maar dat die publicatie dient te worden meegenomen bij de beoordeling van de klacht tegen de recensie van Hulspas.

Hulspas en de Volkskrant stellen dat aan recensenten een hoge mate van vrijheid toekomt om hun mening te geven, waarbij stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd zijn. De kwalificaties in de recensie vertegenwoordigen de mening van Hulspas en het stond hem vrij die op deze wijze naar voren te brengen. Het is niet noodzakelijk om voor die kwalificaties ook feiten ter ondersteuning aan te dragen. Bovendien moet klager tegen een stootje kunnen, gezien de bewoordingen die hij kiest in zijn eigen uitingen, aldus Hulspas en de krant. Zij wijzen er verder op dat het beginsel van hoor en wederhoor niet geldt voor publicaties die een persoonlijke mening bevatten. Ten slotte voeren zij aan dat de recensie los staat van het artikel van Kraak.
Op de zitting voegt Van Breda hieraan nog toe dat klager niet de enige persoon is die in de recensie wordt besproken. Daarbij komt dat klager de grootste c.q. bekendste complotdenker is en dat de beschouwingen over hem functioneel en journalistiek relevant zijn.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad hanteert als uitgangspunt dat recensenten vrij zijn om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. De vraag die zich hier voordoet is of die vrijheid zich ook uitstrekt tot het doen van uitlatingen over personen die voorkomen in het besproken werk. De Raad meent dat dit het geval is. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat de recensent zich bij het bespreken van de inhoud van het werk dient te beperken tot bepaalde onderdelen daarvan. Als personen onderwerp zijn van het werk c.q. een relevant deel uitmaken van de inhoud ervan, mag de recensent die personen in zijn recensie betrekken en is hij ook ten aanzien van hen vrij in het verkondigen van zijn mening.

Het voorgaande neemt niet weg dat ook de vrijheid van de recensent zijn grenzen kent. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, zijn die hier niet overschreden. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de recensie prikkelend is bedoeld en de persoonlijke mening van Hulspas over (onder anderen) klager betreft. De forse termen die Hulspas gebruikt, zijn mogelijk kwetsend voor klager. In de recensie komen echter geen kwalificaties of vergelijkingen voor die, gezien de aard van de publicatie, journalistiek ontoelaatbaar zijn. Daarbij komt dat klager zich – gelet op het feit dat hij zelf de publiciteit niet schuwt en daarbij soms komt tot forse kwalificaties naar derden – een zekere mate van kritische en polemische bejegening moeten laten welgevallen. In dat licht bezien is de recensie niet zodanig kwetsend of beledigend, dat daarmee grenzen zijn overschreden van wat journalistiek zorgvuldig is.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Hulspas en de Volkskrant journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: C.

CONCLUSIE

Hulspas en de Volkskrant hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 4 april 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, A. Mellink MPA, F.Th.H. Ruys, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.