2016/45 zorgvuldig

Samenvatting

G. van der Maten en het Noordhollands Dagblad hebben in de artikelen “Onderzoek naar ‘rare’ wethouder” en “’Al mijn bellen gingen rinkelen’” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over de klacht die klaagster bij de Nationale Ombudsman heeft ingediend. Klaagster heeft met het toezenden van stukken de redactie zelf op de hoogte gesteld van de kwestie en heeft in haar begeleidende e-mails niet om vertrouwelijkheid of anonimisering verzocht. De redactie mocht er dan ook van uitgaan dat klaagster publiciteit wenste en geen bezwaar had tegen vermelding van haar naam. Ook verder is niet gebleken dat op onjuiste wijze aandacht aan de kwestie is besteed. Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat Van der Maten partijdig of niet-integer heeft gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

G. van der Maten en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

Mevrouw X te […] (klaagster) heeft op 1 september 2016 een klacht ingediend tegen G. van der Maten en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en de heer G. van ’t Hek, adjunct-hoofdredacteur, van 10 september 2016 en van 7 en 17 oktober 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 21 oktober 2016. Klaagster was daar aanwezig en heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van de krant waren de heren Van der Maten, ’t Hek en F. Hoogendoorn (chef redactie) aanwezig.
 
DE FEITEN

Op 22 juli 2016 heeft klaagster in een e-mail aan de redactie van het Noordhollands Dagblad het volgende geschreven:
“Bij deze stel ik u op de hoogte van het feit dat de Nationale Ombudsman naar aanleiding van mijn klacht waar NHD journalist Gert van der Maten betrokken is een onderzoek is gestart, zie documenten hieronder.”
In e-mails van diezelfde dag heeft klaagster nog aanvullende stukken aan de redactie gestuurd met de volgende begeleidende berichten:
“Er ging blijkbaar iets mis met het toevoegen van de bijlage aan de mail. Bij deze als nog de officiële documenten ter ondersteuning van mijn bericht.”
en
“Bij deze de oorspronkelijke klacht.”

Vervolgens is op 27 juli 2016 in het Noordhollands Dagblad, editie Alkmaarsche Courant, een artikel van de hand van Van der Maten verschenen met de kop “Onderzoek naar ‘rare’ wethouder”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“De Nationale Ombudsman is een onderzoek gestart naar wethouder Gido Oude Kotte van Heerhugowaard. Dat doet hij naar aanleiding van een klacht van [X] uit […]. [X] zegt dat Oude Kotte haar een baan heeft voorgespiegeld die er niet bleek te zijn. Zij noemt hem een ‘rare man in een kantoortje’ en vindt dat hij een publicitair slaatje probeerde te slaan uit haar gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Het artikel is verderop in de krant vervolgd onder de kop “’Al mijn bellen gingen rinkelen’”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“[X] omschrijft hoe [ze] zich aan het lijntje gehouden voelde. (…) Volgens haar probeerde de wethouder haar bovendien te dwingen om mee te werken aan interviews die hij zou regelen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert – kort samengevat – aan dat in het artikel haar persoonlijke gegevens zijn opgenomen en is vermeld dat zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Hierdoor is haar privacy onnodig geschaad. Op de zitting wijst klaagster erop dat zij in haar klacht aan de Nationale Ombudsman heeft laten weten, dat zij wenste dat haar klacht anoniem behandeld zou worden. Dit stuk heeft zij aan de krant gestuurd, die daarvan dus op de hoogte was. Verder vindt zij dat haar ten onrechte woorden in de mond zijn gelegd. Daarnaast maakt zij er bezwaar tegen dat geen wederhoor is toegepast en dat zij vooraf er niet over is geïnformeerd dat het artikel zou verschijnen.
Op de zitting licht klaagster nog toe dat Van der Maten eerder in het jaar aanwezig is geweest bij haar sollicitatiegesprek in het gemeentehuis. Dat was niet aangekondigd en overviel haar. Zij voelde zich als sollicitant gedwongen om mee te werken aan een interview in de krant, terwijl zij daar geen behoefte aan had. Dit heeft zij toen – in maart 2016 – ook aan Van der Maten kenbaar gemaakt. Volgens klaagster heeft Van der Maten geen onafhankelijke journalistiek bedreven.

Van der Maten en het Noordhollands Dagblad stellen dat het artikel is geschreven naar aanleiding van en op basis van de informatie die klaagster zelf aan de redactie heeft gestuurd. Al dat materiaal was voorzien van haar naam en adres, terwijl klaagster verder niet heeft verzocht om anonimisering. De klacht tegen de wethouder gaat over diens handelwijze met betrekking tot klaagster als Wajonger. Het was dus relevant om te vermelden dat zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Dat haar ten onrechte woorden in de mond zijn gelegd is onjuist. In het artikel is weergegeven wat klaagster in de stukken heeft geschreven. Verder is wel degelijk wederhoor toegepast bij de wethouder, die immers de – door klaagster – beschuldigde partij is in deze kwestie.
Ten slotte merken Van der Maten en de krant op dat Van der Maten part noch deel heeft aan het conflict tussen klaagster en de wethouder. Toen hij uit een persconferentie in het gemeentehuis kwam, werd hij door de wethouder spontaan gevraagd diens kamer binnen te komen. De wethouder bleek op dat moment in gesprek te zijn met klaagster en twee anderen. Hij vroeg Van der Maten of deze interesse had in een verhaal waarin Wajongers – daarmee doelend op de drie personen aan tafel – zouden vertellen over de hindernissen die zij ondervonden bij het solliciteren vanuit hun uitkeringssituatie. Van der Maten heeft alleen gezegd dat hij zo’n verhaal wel zou willen maken en is toen vertrokken. Kort daarna is hij nog benaderd door klaagster over het in haar ogen verwerpelijke gedrag van de wethouder, maar daar is toen geen artikel uit voortgevloeid. Van ontoelaatbaar gedrag van Van der Maten is geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Vaststaat dat klaagster uit eigen beweging de redactie diverse e-mails met bijlagen heeft gestuurd over een klacht tegen wethouder Oude Kotte, die zij had ingediend bij de Nationale Ombudsman.

Indien een redactie ongevraagd stukken krijgt toegestuurd waarin zij op de hoogte wordt gesteld van een bepaalde kwestie, mag zij er in beginsel van uitgaan dat de afzender publiciteit wenst en dat de stukken voor publicatie kunnen worden gebruikt. De redactie hoeft de afzender in zo’n geval niet vooraf te informeren over de publicatie of om toestemming te vragen.
Dit is anders als de redactie er door de afzender op wordt gewezen – bijvoorbeeld in een begeleidende brief – dat deze de stukken niet ter publicatie c.q. vertrouwelijk heeft toegestuurd. 

Klaagster heeft weliswaar in maart 2016 aan Van der Maten kenbaar gemaakt dat zij niet geïnterviewd wilde worden, maar dat verzoek vloeide toen specifiek voort uit de ontmoeting in het gemeentehuis. De redactie mocht het toezenden van de stukken door klaagster enkele maanden daarna redelijkerwijs beschouwen in een nieuwe context, te weten: de door klaagster bij de Nationale Ombudsman ingediende klacht. De krant mocht dan ook tot publicatie overgaan zonder klaagster daarover vooraf te informeren of haar om toestemming te vragen.
Hoewel de redactie in de stukken had kunnen lezen dat klaagster wenste dat haar klacht bij de Nationale Ombudsman anoniem behandeld zou worden, hoefde zij – gezien de nieuwe context – niet uit eigen beweging tot anonimisering over te gaan. Door de stukken aan de krant toe te sturen zonder expliciet te verzoeken om anonimiteit, heeft klaagster zelf het risico genomen dat haar persoonlijke gegevens in de krant zouden worden vermeld.

Verder is de redactie vrij in de selectie van nieuws. Dat betekent ook dat het de krant vrij stond om te bepalen op welke wijze zij aandacht zou besteden aan de kwestie van klaagster. Van der Maten en de krant hebben dat op een journalistiek toelaatbare wijze gedaan. Zij hebben aannemelijk gemaakt dat het gezien de aard van de kwestie relevant was om te vermelden dat klaagster gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Aangezien de berichtgeving is gebaseerd op stukken die verzoekster zelf heeft toegestuurd en zij niet wordt gediskwalificeerd, was het niet nodig om bij haar wederhoor toe te passen. Haar standpunt is duidelijk in de berichtgeving weergegeven. Dat dit mede is gebeurd in de vorm van citaten betekent niet, dat daarmee de indruk is gewekt dat Van der Maten met klaagster heeft gesproken. In de artikelen wordt voldoende kenbaar gemaakt – onder meer door het herhaaldelijk gebruik van de zinsnede ‘zo schrijft X’ – dat het gaat om de weergave van klaagsters standpunt zoals dat blijkt uit de toegestuurde stukken.

Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat Van der Maten in deze kwestie partijdig is geweest dan wel niet-integer heeft gehandeld.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Van der Maten en de krant journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.1

CONCLUSIE

Van der Maten en het Noordhollands Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 16 december 2016 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, S. Kuijper, mw. H.M.M. Nietsch, A. Olgun en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.