2016/43 zorgvuldig

Samenvatting

Het Brabants Dagblad heeft in het artikel “Tilburgse organisator ‘nazibeurs’ doet aangifte van smaad” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over een aangifte tegen A.E.A.J. Graaff en AFVN-Bond van Antifascisten (klagers). De berichtgeving is vooral van feitelijke aard en daarom was toepassing van wederhoor niet nodig. Niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat of dat een vertekend beeld van de kwestie is geschetst. Op verzoek van klagers heeft de krant een reactie onder het artikel verwijderd, en daarmee adequaat gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.E.A.J. Graaff en AFVN-Bond van Antifascisten

tegen

de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

De heer A.E.A.J. Graaff te Bussum heeft op 29 augustus 2016 mede namens AFVN-Bond van Antifascisten (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van het Brabants Dagblad van 19 september 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 23 september 2016 in aanwezigheid van Graaff. De krant is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 19 augustus 2016 is op de website van het Brabants Dagblad een artikel verschenen met de kop “Tilburgse organisator ‘nazibeurs’ doet aangifte van smaad”. Klagers hebben op 22 augustus 2016 hun bezwaren tegen de publicatie aan de krant kenbaar gemaakt. Naar aanleiding daarvan heeft de redactie enkele wijzigingen in het artikel aangebracht. Klagers hebben alleen de aangepaste versie van het artikel overgelegd, die luidt:
“De Tilburgse organisator van de militaria-beurs in Houten heeft opnieuw aangifte gedaan tegen journalist Arthur Graaff wegens smaad en bedreiging.
Organisator Gaston Vrolings zegt dat hij op aanraden van de politie aangifte heeft gedaan. ,,Als deze man ergens naartoe gaat, doet hij dat met het doel om onrust te stoken en ruzie te maken. Maar er gebeurt helemaal niets onwettelijks op onze beurs. Ik ben zelfs een anti-fascist en tegen elke vorm van extremisme. De militariabeurs is gewoon een beurs voor verzamelaars.”
Graaff van de antifascistenbond AFVN protesteert al jaren tegen het karakter van de ‘nazibeurs’ zoals hij het noemt, die dit jaar voor het eerst Houten aandeed.
Eerder kort geding
Vrolings probeerde via een kort geding al voor elkaar te krijgen dat Graaff de beurs geen nazibeurs meer mag noemen en geen laster meer via zijn website over de beurs mag verspreiden. Hij werd toen deels in zijn gelijk gesteld. De rechter veroordeelde Graaff voor inbreuk op het portretrecht. Hij heeft daarom een foto van Vroling[s] van zijn site moeten halen.
Mishandeling
Volgens de aanklacht staat Graaff binnenkort bij de politierechter op beschuldiging van smaad. Hij stelt op zijn website dat Vrolings het omstreden boek Mijn Kampf van Adolf Hitler verkoopt en dat hij op de beurs mishandeld zou zijn. De zaak tegen Bussumer Graaff zou vrijdag bij de rechtbank in Almere zijn, maar is uitgesteld en wordt later in Utrecht gehouden.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers voeren aan dat het artikel diverse onjuistheden bevat. Zo is het niet juist dat Graaff als woordvoerder alleen maar onrust stookt, dat Vrolings zelf een antifascist is en dat er niets onwettelijks gebeurt op diens beurs. Verder strijden klagers niet tegen het ‘karakter’ van ‘nazibeurzen’, maar tegen de vrije verkoop van nazispullen. Voorts maken klagers bezwaar tegen de vermelding dat Vrolings in een eerder kort geding had geëist dat Graaff geen ‘laster meer via zijn website mag verspreiden’; daarvoor is Graaff nimmer aangeklaagd of veroordeeld. Dat Vrolings in die procedure ‘deels in het gelijk werd gesteld’ lijkt niet onwaar, maar is door de kortheid toch een verdraaiing. Vrolings verloor alle vijf hoofdpunten en won één ondergeschikt punt. Het Brabants Dagblad heeft destijds ook een bericht gepubliceerd waarin is gesteld dat klagers die procedure hadden gewonnen. Daarnaast is onjuist dat de behandeling van de nu lopende procedure is ‘uitgesteld’. Er is wel degelijk een zitting geweest, waarop is besproken welke getuigen opgeroepen moeten worden. De zaak zal nu verder worden behandeld door een meervoudige kamer in Utrecht. Klagers menen voorts dat de berichtgeving onvolledig is, omdat onder meer niet is vermeld op grond waarvan Vrolings opnieuw aangifte heeft gedaan. Bovendien is ten onrechte geen wederhoor toegepast, aldus klagers. Zij vinden de berichtgeving ook in de tweede versie niet neutraal. Ten slotte voeren klagers aan dat de krant heeft toegestaan dat onder het bericht twee dagen een reactie is gepubliceerd, waarin over klagers werd gezegd dat zij ‘Gestapopraktijken’ hanteren. Zij hebben de redactie verzocht om hen de gegevens te verstrekken van de anonieme schrijver, maar dat heeft de krant geweigerd.
Volgens klagers is zowel de eerste als de huidige versie van het bericht schadelijk voor hen. Het steekt hen met name dat geen wederhoor is toegepast, waardoor onweersproken is gebleven dat Graaff een ‘onruststoker’ en mogelijk een ‘lasteraar’ zou zijn.

De krant stelt hier tegenover dat de publicatie op een aantal punten is aangepast, nadat klagers tegen de berichtgeving bezwaar hadden gemaakt. Zo is de leeftijd van Graaff verwijderd en is gecorrigeerd dat Graaff niet meerdere foto’s maar slechts één foto van zijn site heeft moeten verwijderen. De andere punten die klagers hebben aangehaald, zijn slechts interpretatieverschillen en nauwelijks relevant. Daarom heeft de krant ervan afgezien die te corrigeren.
Volgens de krant was zij niet verplicht aandacht te besteden aan de aspecten van de kwestie die volgens klagers ten onrechte in het artikel niet aan bod zijn gekomen. Ook was het niet nodig om wederhoor toe te passen. De aanleiding voor de berichtgeving was dat Vrolings opnieuw aangifte tegen Graaff had gedaan. Daarom heeft de redactie contact opgenomen met Vrolings.
Verder heeft de redactie onmiddellijk een door Graaff als kwetsend ervaren reactie onder het bericht verwijderd. Die reactie had gezien de richtlijnen van de krant nooit geplaatst mogen worden. De krant meent dat zij niet gehouden is om het e-mailadres van de betreffende reageerder aan klagers te verstrekken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat geen wederhoor is toegepast en dat Graaff ten onrechte als ‘onruststoker’ en mogelijke ‘lasteraar’ is aangeduid.

De berichtgeving gaat over de aangifte die Vrolings tegen klagers heeft gedaan en is vooral van feitelijke aard. In die context moeten ook de uitlatingen van Vrolings – waaronder dat Graaff een ‘onruststoker’ zou zijn – worden bezien. De standpunten van Vrolings zijn bovendien duidelijk als zodanig weergegeven. Het was daarom voor de krant niet nodig om wederhoor toe te passen, hoewel het haar had gesierd als zij ook klagers aan het woord had gelaten.

Niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat of dat een vertekend beeld is geschetst waardoor sprake zou zijn van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving. Het gebruik van de term ‘laster’ als parafrase van de inzet van het kort geding, is algemeen gangbaar en niet journalistiek onzorgvuldig.

Ten slotte heeft de krant op verzoek van klagers een reactie verwijderd, die een ernstige beschuldiging dan wel diffamerende uitlating jegens hen bevatte. Daarmee heeft zij adequaat gehandeld.

Een en ander leidt tot de conclusie dat het Brabants Dagblad journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/13, RvdJ 2013/58 en RvdJ 2012/57

CONCLUSIE

Het Brabants Dagblad heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 28 november 2016 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, dr. H.J. Evers, A. Mellink MPA en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.