Zoekresultaten

U heeft gezocht op "open vizier", dit leverde de volgende resultaten op:

Uitspraken

A.M.P.R.H. Visser / de hoofdredacteur van TROS Radar

deels-gegrond onthouding-oordeel

2013/16  Uitspraak: 18 april 2013

In TROS Radar is het item “Chocola als wondermiddel” uitgezonden, dat gaat over de gezondheidsclaims die ten aanzien van rauwe chocola worden gemaakt. Daarbij zijn de verkooppraktijk en de claims van de fabrikant van Xoçai-chocola aan de orde gesteld. In dat verband is tevens aandacht besteed aan de rol en handelwijze van klaagster als distributeur. Onderdeel van het item was een proeverij van Xoçai-chocola. Kern van de klacht is dat de vertoonde beelden van die bijeenkomst zijn gemanipuleerd, dat deze beelden ten onrechte met gebruik van een verborgen camera zijn gemaakt, waarmee inbreuk is gemaakt op de privacy van klaagster, en dat wederhoor niet behoorlijk is toegepast. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
De Raad kan niet vaststellen of de beelden van de bijeenkomst zodanig zijn gemonteerd dat zij een vertekend en misleidend beeld geven en onthoudt zich op dit punt van een oordeel.
Verder acht de Raad het aannemelijk dat verweerder ook zonder toepassing van de gevolgde werkwijze de door hem aan de kaak gestelde verkoop van Xoçai-chocola door klaagster had kunnen belichten. In dat verband is doorslaggevend dat klaagster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bereid zou zijn geweest om herkenbaar in beeld haar verhaal te doen en dat de journaliste met open vizier had kunnen deelnemen aan een openbare proeverij. Voorts is van belang dat het gaat om de verkoop van een product dat op zichzelf niet schadelijk is voor de gezondheid. Door onder deze omstandigheden toch gebruik te maken van een verborgen camera en de beelden daarvan uit te zenden, heeft verweerder journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.
Nu is gesuggereerd dat ook klaagster ontoelaatbare handelingen verricht, zijn haar belangen rechtstreeks door de opname geraakt. Verweerder had klaagster voldoende gelegenheid tot wederhoor moeten bieden. Klaagster heeft aannemelijk gemaakt dat haar pas een paar uur voor de uitzending duidelijk werd dat die uitzending zou gaan over het maken van gezondheidsclaims, dat er in dat verband beelden van haar zouden worden uitgezonden en dat verweerder haar niet heeft benaderd voor een reactie op de met de verborgen camera gemaakte beelden. Verweerder heeft derhalve ook op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Tot slot overweegt de Raad dat de naam van klaagster niet is vermeld en dat haar gezicht onherkenbaar is gemaakt. Het is onvoldoende aannemelijk dat klaagster in de uitzending algemeen herkenbaar is. Van een ontoelaatbare schending van de privacy is dan ook geen sprake. Op dit punt is de klacht ongegrond. 

Lees samenvatting Verberg samenvatting

G.J. Agtereek en het kerkgenootschap Outreach Centrum Nederland / S.R. Schoonhoven en Uitgeverij Nieuw Amsterdam B.V.

ongegrond

2013/15  Uitspraak: 18 april 2013

Klagers maken bezwaar tegen het boek “God, geld & gehoorzaamheid” met de ondertitel “De keerzijde van het succes van de pinkstergemeente”. De proloog en hoofdstuk 4 gaan over activiteiten van klagers.
Volgens de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van hun uitvoerige onderzoek voldoende reden bestond om te berichten over klagers zoals zij hebben gedaan. Niet kan worden uitgesloten dat enkele beschreven details feitelijk onjuist zijn, maar niet gebleken dat sprake is van zodanige omissies dat verweerders daarmee ontoelaatbaar hebben gehandeld. Het stond Schoonhoven vrij om zijn bronnen te selecteren. De beschrijvingen over klagers zijn deels gebaseerd op beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict waren met klagers. Het is aannemelijk dat verweerders naast ex-leden ook hebben gesproken met huidige leden van de kerk en daarnaast zelfstandig onderzoek hebben gedaan. Bovendien hebben zij op bepaalde punten de nodige terughoudendheid betracht.
Verweerders hebben verder aannemelijk gemaakt dat zij diverse pogingen hebben ondernomen om Agtereek persoonlijk te bereiken voor wederhoor. Dat dit niet is gelukt, is te wijten aan de opstelling van Agtereek en kan verweerders niet worden tegengeworpen. Ook hebben verweerders vanwege het toepassen van wederhoor de publicatie uitgesteld. Zij hebben de reactie van klagers voldoende laten terugkomen in het boek.
Gezien het voorgaande is er evenmin aanleiding voor het oordeel dat verweerders een eenzijdige en onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven. Verder bestaat geen grond voor de conclusie dat Schoonhoven ontoelaatbaar heeft gehandeld door zonder accreditatie in Kenia te werken. Ook overigens is niet gebleken dat Schoonhoven bij het vergaren van informatie journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Ten slotte is niet aannemelijk dat een inbreuk is gemaakt op de privacy van Agtereek die niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

T. van den Berg / de hoofdredacteur van Meldpunt! (Omroep Max)

deels-gegrond

2012/57  Uitspraak: 05 november 2012

In een uitzending van Meldpunt! is aandacht besteed aan klachten over hotelkortingskaarten, die door klager c.q. zijn bedrijf Sell-It CV zijn verstrekt. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat een deugdelijke grondslag bestond voor hetgeen in de uitzending aan de orde is gesteld. Bovendien is voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Verder heeft de redactie voorafgaand aan de uitzending meerdere malen contact gehad met klager en diens raadsman, waarbij zij de strekking van de gedane uitlatingen aan klagers adres heeft kenbaar gemaakt. Het is aannemelijk dat aldus de kern van de uitzending voor klager voldoende duidelijk moet zijn geweest. Klager heeft uiteindelijk in de studio op de uitlatingen gereageerd, waarbij hem ruimschoots de gelegenheid is geboden zijn visie naar voren te brengen. Van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving is geen sprake. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Ten aanzien van het gebruik van een verborgen camera heeft verweerder aangevoerd dat de redactie wederhoor wilde toepassen, maar twijfelde aan de bereidwilligheid van klager om met haar te spreken en (vooral) daarom ervoor heeft gekozen om klager met een verborgen camera te benaderen. Deze werkwijze kan echter – vanwege het heimelijke karakter ervan – niet worden aangemerkt als een juiste manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Overigens heeft verweerder onvoldoende aangetoond dat het doel op dat moment niet op een andere manier kon worden bereikt en evenmin dat de beelden een maatschappelijk belang zouden dienen. Reeds om deze reden is op dit punt journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Daarbij komt dat verweerder deze beelden vervolgens heeft gebruikt om klager ertoe te bewegen in de uitzending aanwezig te zijn. Daarmee heeft verweerder zijn positie misbruikt. Dit onderdeel van de klacht is gegrond.
Ten slotte overweegt de Raad dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op verzoek van de raadsman van klager enkele reacties van zijn website heeft verwijderd, die een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klager bevatten. Daarmee heeft hij adequaat en conform de uitgangspunten van de Leidraad van de Raad gehandeld. Verder is niet gebleken dat op het forum andere reacties zijn geplaatst met een zodanige inhoud dat deze door verweerder verwijderd hadden moeten worden. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

J.C.R. Gerrits en High Fashion Music B.V. / O. Oost, hoofdredacteur van PowNed

gegrond

2012/38  Uitspraak: 16 juli 2012

Op 30 november 2011 is op de website van PowNed het bericht “Buma/Stemra bestuurder corrupt” met de onderkop “Buma/Stemra bestuurder Jochem Gerrits maakt misbruik van zijn functie” verschenen. Kort gezegd gaat het bericht over een conflict tussen Gerrits en componist Melchior Rietveldt. In diverse uitzendingen van PowNews van diezelfde dag en daarna, en in andere artikelen op de website is aan de kwestie aandacht besteed. In de uitzending van 30 november 2011 zijn fragmenten getoond van R. Storm – adviseur van Rietveldt – die vanuit de studio van verweerder met Gerrits belt en daarbij aanwijzingen krijgt van een medewerker van verweerder. In een bericht dat op 1 december 2011 op de website van PowNed is geplaatst, is een link opgenomen naar de volledige opname van het telefoongesprek.
De Raad overweegt dat Gerrits in de uitzending van 30 november 2011 wordt verweten zich schuldig te maken aan corruptie. Dit is een zeer ernstige beschuldiging, die louter lijkt te zijn gebaseerd op de beweringen van Rietveldt en Storm – waarmee Gerrits in conflict is – en de getoonde fragmenten van een telefoongesprek dat Gerrits heeft gevoerd met Storm. In dat verband is relevant dat klagers onbetwist hebben gesteld dat het telefoongesprek zonder medeweten van Gerrits is opgenomen en uitgezonden c.q. gepubliceerd. Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder met het instrueren van Storm bij het voeren van het telefoongesprek Gerrits uitspraken heeft ontlokt, terwijl bovendien door de wijze van montage van het telefoongesprek – dat ongeveer een half uur heeft geduurd, terwijl slechts enkele minuten zijn getoond – het gesprek een andere lading heeft gekregen en geen recht doet aan de essentie daarvan. Uit de uitzending is niet gebleken dat voor de beschuldiging van corruptie een nadere onderbouwing bestond. Bovendien is niet gebleken dat klagers voorafgaand aan de uitzending van 30 november 2011 de mogelijkheid tot wederhoor is geboden. Door op 30 november 2011 over klagers te berichten en daarop in latere berichtgeving voort te borduren op de wijze zoals hij heeft gedaan, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klagers gehandeld.
Dat verweerder later in een publicatie op zijn website een link heeft opgenomen naar het volledige telefoongesprek tussen Gerrits en Storm laat het voorgaande onverlet: in de uitzending van 30 november is niet kenbaar gemaakt dat het volledige telefoongesprek via de website van verweerder te beluisteren was, nog daargelaten de vraag of in dit geval van de gemiddelde kijker kan worden verwacht dat hij na een uitzending van slechts enkele minuten vervolgens via internet een telefoongesprek van ongeveer 30 minuten zal beluisteren om zich zo een beter beeld van de kwestie te kunnen vormen. Evenmin kan aan het oordeel afdoen dat verweerder later geprobeerd heeft Gerrits te interviewen, te meer omdat Gerrits – gelet op de eerdere opstelling van verweerder – dit niet behoefde te beschouwen als een serieuze gelegenheid tot het bieden van een weerwoord.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

X / A. Stegeman en de hoofdredacteur van Undercover in Nederland (Noordkaap TV Producties en SBS6)

onthouding-oordeel ongegrond

2012/33  Uitspraak: 22 juni 2012

In een uitzending van Undercover in Nederland is aan de orde gesteld dat klager zich aanbiedt als spermadonor en daarbij niet meldt dat hij een erfelijke aandoening – te weten het syndroom van Asperger – heeft. In de uitzending zijn beelden getoond van klager die met een verborgen camera zijn gemaakt en beelden van een confrontatie tussen klager en Stegeman.
De Raad kan niet vaststellen of het syndroom van Asperger al dan niet erfelijk is. Genoegzaam blijkt dat daarover in de wetenschap (nog) geen consensus bestaat. Voor zover klager heeft betoogd dat de uitzending feitelijke onjuistheden over het syndroom van Asperger bevat, zal de Raad zich derhalve van een oordeel onthouden.
Voorts maakt de Raad uit het beschikbare materiaal op dat het syndroom van Asperger door sommigen als een ziekte wordt beschouwd en dat dit syndroom (ook) negatieve aspecten kent.
In dit licht bezien is het maatschappelijk en journalistiek relevant om de handelwijze van klager aan de kaak te stellen en daarbij een kritische benadering te kiezen, op de wijze zoals verweerders hebben gedaan. Het is voldoende aannemelijk dat de uitzending is gebaseerd op eigen onderzoek van verweerders, dat zij naar aanleiding van diverse tips hebben verricht. Dat de handelwijze van klager door het grote publiek waarschijnlijk als moreel verwerpelijk zal worden opgevat, blijkt genoegzaam uit hetgeen de geïnterviewden hebben verteld. Relevant is dat niet alleen direct betrokkenen (wensmoeders) aan het woord zijn gelaten, maar ook personen die objectief bezien als deskundigen beschouwd mogen worden. Dat klager zich in de zienswijze van deze deskundigen niet kan vinden, doet daaraan niet af.
Verder is de Raad van oordeel dat de beelden van klager die met een verborgen camera zijn gemaakt, concretiseringen en bijzonderheden ten aanzien van de handelwijze van klager bevatten, die aan de uitzending authenticiteit en daarmee een relevante meerwaarde gaven. Het is niet aannemelijk dat verweerders dit ook op andere wijze hadden kunnen realiseren. Gezien de omstandigheden is de handelwijze van verweerders niet ontoelaatbaar. Daarbij komt dat klagers naam niet is vermeld, dat zijn gezicht onherkenbaar is gemaakt en dat zijn stem is vervormd. Van een ontoelaatbare schending van klagers privacy is geen sprake. Dat klager wellicht in kleine kring is herkend, kan daaraan niet afdoen.
Bovendien hebben verweerders wederhoor toegepast. Stegeman heeft klager op straat met zijn bevindingen geconfronteerd. Het onvoorbereid met draaiende camera aan een betrokkene vragen om een reactie kan in beginsel niet worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Nu blijkt dat verweerders klager c.q. diens raadsman nadien nog herhaaldelijk hebben aangeboden op een andere, aanvaardbare wijze op de beschuldigingen te reageren, moet worden geconcludeerd dat klager voldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden. Dat klager van die gelegenheid geen adequaat gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden tegengeworpen.
De Raad kan verder niet vaststellen in hoeverre de antwoorden van klager zijn gemonteerd. Van het plaatsen in een bewust misleidende context is geen sprake. Niet aannemelijk is geworden dat een zodanig vertekend beeld van klager is geschetst, dat daarmee jegens hem journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. Evenmin is aannemelijk geworden dat Stegeman klager zou hebben bedreigd en/of geïntimideerd.
Klager heeft nog gesteld dat gebruik is gemaakt van gestolen informatie, te weten informatie die afkomstig is van zijn ex-partner en van een van de wensmoeders, die beiden wraak wilden nemen. De Raad kan niet vaststellen of deze bronnen onoorbaar hebben gehandeld. Wat daar van zij, klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerders ontoelaatbaar hebben gehandeld door van deze bronnen gebruik te maken.
Gelet op het voorgaande bestond voor verweerders geen aanleiding een rectificatie te publiceren, zodat ook op dat punt de klacht ongegrond is.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

H. Brinkman / G. van Schoonhoven en de hoofdredacteur van Elsevier

gegrond

2012/20  Uitspraak: 11 mei 2012

Op de website van Elsevier is een commentaar verschenen onder de kop “Rol Hero Brinkman bij Arondeuslezing kwalijk”. In weekblad Elsevier is onder de kop “Over de grens” een uitgebreidere versie van het commentaar gepubliceerd. Kern van de klacht is dat in het commentaar ten onrechte wordt gesuggereerd dat klager zijn politieke doelen bereikt via dreigementen en het artikel een beeld oproept van geweld.
De Raad overweegt dat in het gewraakte commentaar een beeld van klager wordt gecreëerd dat hij de bedreigende telefoongesprekken naar Rene Boender niet erg lijkt te vinden, dat hij een ‘twitterknokploegje’ wel handig vindt en dat hij via dreigementen zijn politieke doelen nastreeft.
Deze beeldvorming vindt geen steun in de feiten waarop de publicatie is gebaseerd en is daarom journalistiek onzorgvuldig. Hoewel de publicatie een hoofdcommentaar van de redactie bevat en een journalist in een dergelijke publicatie een grote mate van vrijheid heeft zijn mening over gebeurtenissen en personen te geven – ook met stijlmiddelen als overdrijving en bewust eenzijdig belichten – worden de grenzen van het journalistiek toelaatbare overschreden wanneer het commentaar, zoals hier het geval is, een ernstige en onheuse diskwalificatie van een persoon inhoudt waarvoor de feiten geen grondslag bieden. (vgl. RvdJ 2011/59)
Voorts is sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze uitlatingen niet zonder toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren, hetgeen zij hebben nagelaten. (zie punten 2.3.1. en 2.3.4. van de Leidraad van de Raad)
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. 

Lees samenvatting Verberg samenvatting

Overige resultaten