Uitspraken

Alle uitspraken van de Raad voor de Journalistiek vanaf de eerste uitspraak in 1961 tot heden zijn hier te raadplegen. U kunt zoeken op diverse trefwoorden. De resultaten worden weergegeven op volgorde van relevantie.

ZakelijkeTelefonie.nl B.V. / J. Polman en de hoofdredacteur van Spitsnieuws.nl

onthouding-oordeel ongegrond

2013/23  Uitspraak: 02 mei 2013

De klacht betreft de publicaties “Oorlog in telefonieland” en “Ergernis om kapen telecomklanten”. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
Klaagster heeft gesteld dat de artikelen tendentieus zijn en veel ongefundeerde beschuldigingen aan haar adres bevatten. Verweerders hebben ervoor gekozen geen verweer te voeren en hebben de Raad geen informatie verschaft omtrent de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van verweerders ernstig wordt bemoeilijkt. De Raad kan geen gefundeerd oordeel geven zonder nader feitenonderzoek, hetgeen door de houding van verweerders niet mogelijk is. De procedure bij de Raad leent zich er niet voor dat de Raad een dergelijk feitenonderzoek buiten (een der) partijen om verricht. De Raad onthoudt zich daarom op dit punt van een oordeel.
Verder overweegt de Raad dat Polman kennelijk de eigenaar van klaagster heeft benaderd voor wederhoor. Deze heeft ervoor gekozen niet inhoudelijk te reageren, in afwachting van de beantwoording van gestelde Kamervragen. De in de berichtgeving opgenomen beweringen over klaagster zijn specifiek en duidelijk. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat het geven van een inhoudelijke reactie slechts mogelijk was na beantwoording van de Kamervragen. Dat (de eigenaar van) klaagster niet adequaat heeft gereageerd, kan verweerders niet worden verweten. Gelet op het uitblijven van een inhoudelijke reactie is het begrijpelijk en relevant dat verweerders de eigenaar van klaagster op dit punt hebben geciteerd. Van onjuiste toepassing van wederhoor is geen sprake. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

de Ambassade van de Republiek Cyprus / de hoofdredacteur van Trouw

ongegrond

2013/22  Uitspraak: 26 april 2013

Klaagster heeft in een ingezonden brief gereageerd op het artikel“Dossier Turkije sleept zich voort”. Daarin is een Europarlementariër geciteerd, die stelt dat “de huidige Cyprische president niet veel moed heeft getoond” in de onderhandelingen rond de kwestie van het deels door Turkije bezette Cyprus. De ingezonden brief is niet geplaatst.
Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan plaatsing van de reactie van klaagster was geboden. De passage in het artikel waarop klaagster wilde reageren, is als citaat weergegeven. Voor de lezer is duidelijk dat dit citaat de mening van de desbetreffende Europarlementariër behelst. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten. Weliswaar kan een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raken dat wederhoor geboden is, maar daarvan is hier geen sprake. De redactie was niet gehouden de ingezonden brief van klaagster te plaatsen en behoefde haar keuze ter zake niet te verantwoorden. Niettemin heeft de chef opiniepagina toegelicht waarom klaagsters verzoek om publicatie van haar brief is afgewezen.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

M.J.H. Moonen en Moonen Prymaplan B.V. - verzoekers inzake herziening uitspraak RvdJ 2012/62 / A. Liukku en de hoofdredacteur van AD

afgewezen

2013/21  Uitspraak: 22 april 2013

Verzoekers hebben een klacht ingediend over de artikelen “BOOR-verdachte ook privé dik met aannemer” en “Meldpunt Lansingerland BOOR-fraude”. De Raad heeft de klacht deels gegrond verklaard (RvdJ 2012/62). Verzoekers hebben verzocht om herziening van deze uitspraak.
Naar het oordeel van de herzieningskamer hebben verzoekers niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. In het verzoekschrift geven verzoekers te kennen dat zij zich niet kunnen vinden in het oordeel van de Raad dat verweerders hen afdoende in de gelegenheid hebben gesteld om commentaar te geven. Daarnaast zijn verzoekers van mening dat de Raad de in het eerste artikel beschreven feitelijke onjuistheden onvoldoende heeft laten meewegen in zijn oordeel en deze ten onrechte in de uitspraak niet heeft hersteld. Verzoekers hebben in hun verzoekschrift geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een ander licht kunnen werpen op hun klacht. Het verzoekschrift bevat voornamelijk stellingen die verzoekers al in hun klacht hebben geformuleerd en waarover de Raad een oordeel heeft gegeven. Er bestaat geen grond voor de conclusie dat de Raad zijn uitspraak op basis van onjuiste feiten heeft gedaan. Dat verzoekers zich niet kunnen vinden in de wijze waarop de Raad deze stellingen van verzoekers heeft gewogen in zijn oordeel, is onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

M. Poel / T. van den Berg en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

ongegrond

2013/20  Uitspraak: 22 april 2013

De klacht betreft de column “Herenleed” die in de rubriek ‘op het randje’ is verschenen.
Volgens de Raad is geen sprake van journalistiek ontoelaatbaar handelen. De vergelijking met Waldorf en Statler – personages uit de Muppet Show – is voor klager wellicht onwenselijk, maar is objectief bezien in de gebruikte context niet zodanig kwetsend of beledigend dat daarmee grenzen zijn overschreden. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de column de persoonlijke mening van Van den Berg behelst en ironisch is bedoeld. Gelet op het voorgaande bestaat evenmin grond voor de conclusie dat ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Verder is het in dit geval niet ontoelaatbaar dat verweerders gebruik hebben gemaakt van een e-mail die klager aan de fractievoorzitters en wethouders persoonlijk heeft gestuurd. Dat de e-mail niet voor publicatie bestemd was, doet niet ter zake. Klager had bij verzending rekening kunnen houden met de mogelijkheid dat de inhoud, die betrekking heeft op een openbare kwestie, op straat zou komen te liggen. Daarbij komt dat de e-mail geen privé-informatie van klager bevat.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

X c.s. / de hoofdredacteur van iDordt.nl

deels-gegrond

2013/19  Uitspraak: 22 april 2013

Op iDordt.nl is het artikel“Let’s get superduper dirty in Dolhuis!” verschenen, waarin een gesprek met klaagsters is weergegeven en waarbij een foto van hen is geplaatst. Vervolgens is het artikel “Zeur-groupies” verschenen, waarin verweerder een e-mailwisseling met klaagsters heeft gepubliceerd. Hierna is nog een artikel verschenen onder de kop “We hebben een klacht”, waarin aandacht is besteed aan de procedure bij de Raad. Bij dit artikel zijn links geplaatst naar de eerdere publicaties en naar een pdf-file van het klaagschrift.
Volgens de Raad heeft verweerder in het eerste artikel op een persoonlijk getinte wijze een sfeertekening gegeven van het optreden in het Dolhuis en het daarbij aanwezige publiek. Voor de lezer is duidelijk dat is gekozen voor een luchtige invalshoek. Dat dit voor klaagsters mogelijk onaangenaam is, maakt niet dat daarmee ontoelaatbaar is gehandeld. Objectief bezien is de publicatie niet schadelijk voor klaagsters. Zij hebben zelf aan de publicatie meegewerkt en erkend dat een deel van de weergegeven citaten ongeveer in die strekking ter sprake is gekomen. Niet is gebleken dat de citaten relevante onjuistheden bevatten. Klaagsters hebben ingestemd met het maken van foto’s en waren ervan op de hoogte dat deze wellicht gebruikt zouden worden voor publicatie. In zoverre is de klacht ongegrond.
Verder stelt de Raad vast dat de gepubliceerde e-mailwisseling geen persoonlijke gegevens bevat waardoor klaagsters herleidbaar zijn dan wel dat hun privacy op andere wijze ontoelaatbaar is aangetast. Niet is gebleken dat verweerder de e-mails als vertrouwelijk moest beschouwen. De e-mails zijn behandeld als ingezonden brieven en zonder wijzigingen geplaatst. Hierdoor is het standpunt van klaagsters met betrekking tot de eerste publicatie weergegeven. Ook op dit punt is de klacht ongegrond. Overigens heeft verweerder duidelijk gemaakt dat hij begrip heeft voor het gevoel van klaagsters dat hun klachten niet serieus zijn genomen. Naar aanleiding van die klachten en de reactie van een derde heeft verweerder enige actie ondernomen. Het zou hem hebben gesierd als hij in de toonzetting van zijn reactie aan klaagsters ook blijk ervan zou hebben gegeven dat hij hun klachten serieus neemt. Dat hij dat heeft nagelaten, maakt echter niet dat dit onderdeel van de klacht alsnog gegrond is.
Ten slotte overweegt de Raad dat door het opnemen van een link naar het klaagschrift persoonlijke gegevens van een van de klaagsters zijn gepubliceerd. Als gevolg daarvan is zij door een onbekende benaderd op haar mobiele telefoonnummer. Hierdoor is de privacy van deze klaagster onnodig aangetast. Op dit punt is de klacht dan ook gegrond. Overigens heeft verweerder duidelijk gemaakt dat hij er – kennelijk ten onrechte – van uit is gegaan dat het klaagschrift een openbaar stuk is en heeft hij toegezegd de persoonlijke gegevens van deze klaagster van zijn website te verwijderen.

Lees samenvatting Verberg samenvatting

X / F. Verhagen en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

ongegrond

2013/18  Uitspraak: 22 april 2013

Klaagster maakt bezwaar tegen het artikel “Werkstraf van 30 uur na mishandeling benedenbuurvrouw”. Kern van de klacht is dat met het gebruik van een combinatie van persoonlijke gegevens van klaagster – de voornaam, initiaal van de achternaam, straatnaam en HIV-besmetting – haar privacy is geschaad.
De aanduiding van klaagster – met voornaam en de initiaal van haar achternaam – is in het kader van berichtgeving over strafzaken journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar. Verder acht de Raad het aannemelijk dat de HIV-besmetting aan de orde is gekomen op de rechtbankzitting en een rol heeft gespeeld in de door de rechter gemaakte afwegingen. De Raad beseft dat de vermelding hiervan extra gevoelig ligt bij klaagster, juist door de combinatie met haar andere persoonlijke gegevens. Dat neemt niet weg dat het noemen van de HIV-besmetting in dit geval journalistiek relevant was en niet ontoelaatbaar. Dit geldt ook voor het vermelden van de straatnaam, aangezien het voorval daar heeft plaatsgevonden. Overigens is geen huisnummer vermeld en het is dan ook niet aannemelijk dat klaagster in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. Er is geen grond voor de conclusie dat klaagsters privacy ongerechtvaardigd is aangetast.

Lees samenvatting Verberg samenvatting