Bemiddeling

De Raad heeft de mogelijkheid te bemiddelen tussen de klager en het medium of de betrokken journalist. Het voordeel daarvan is dat de Raad niet alleen achteraf in actie komt en daarmee wellicht een procedure kan voorkomen.

Zo kan het gebeuren dat een krant een publicatie voorbereidt en degene die erin voorkomt, meent dat hem ten minste de gelegenheid tot wederhoor moet worden geboden. Leidt het contact van de betrokkene met de journalist of de krant vervolgens tot niets, dan zou de Raad voor de Journalistiek een bemiddelende rol kunnen spelen.

Maar ook in het geval dat iemand kennis neemt van een publicatie, zich geschaad voelt en direct belang heeft bij het geven van een weerwoord, is meestal haast geboden. Bemiddeling door de Raad zou dan meer effect kunnen hebben dan het doen van een uitspraak.

Nadat een verzoek tot bemiddeling is ontvangen, wordt allereerst nagegaan of de andere partij aan bemiddeling wenst mee te werken. Immers, zonder die medewerking zal een bemiddeling in ieder geval niet tot succes leiden. Vervolgens geeft de bemiddelaar aan partijen handreikingen om tot een oplossing van het probleem te komen. Hij stelt zich daarbij neutraal op. De bemiddelaar schaart zich dus niet achter een der partijen en spreekt geen oordeel uit over de kwestie.

Als de bemiddeling niet is geslaagd, zal de klacht verder door de Raad worden behandeld.

Een bemiddelingspoging loopt overigens niet vooruit op een oordeel van de Raad omtrent (niet-)ontvankelijkheid van de klager, (on)bevoegdheid van de Raad en/of (on)gegrondheid van de klacht.