Over de Raad

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instantie, waar men terecht kan met klachten over journalistieke activiteiten. De Raad is een orgaan van zelfregulering voor de media.

De Raad is voor de ene helft samengesteld uit journalisten en voor de andere helft uit andere deskundigen, die op enigerlei wijze betrokken zijn (geweest) bij de journalistiek, zoals een docent van een opleiding journalistiek of een directielid van een uitgeverij of omroep.

Een afspiegeling van die samenstelling is terug te vinden in de colleges van vijf personen, waarin de Raad voor de Journalistiek tijdens de zittingen klachten behandelt. Zo een college staat onder leiding van een onafhankelijke voorzitter en bestaat verder uit twee journalisten en twee niet-journalisten. Zij worden bijgestaan door een onafhankelijke secretaris.

Wat de Raad wel en niet kan doen

De Raad voor de Journalistiek is een instantie, die alleen een oordeel geeft en geen sancties kan opleggen. Het gaat dus niet zoals bij de Medische Tuchtcolleges, die falende vakgenoten desnoods kunnen verbieden hun beroep nog langer uit te oefenen.

De Raad voor de Journalistiek kan een journalist of een medium ook niet verplichten in een rectificatie verkeerde berichtgeving recht te zetten. Evenmin kan de Raad schadevergoedingen toekennen. Dat is in Nederland voorbehouden aan de rechter.

De Raad voor de Journalistiek buigt zich over de vraag of een journalist zorgvuldig zijn werk heeft gedaan en of met een publicatie – kort gezegd – grenzen van journalistieke ethiek zijn overschreden.

De uitspraken van de Raad dragen bij aan de meningsvorming over de journalistieke gedragsregels.

Procedure

Wie vindt dat zijn belangen zijn geschaad en in bemiddeling weinig heil ziet kan een klacht sturen aan het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek. Aan een procedure bij de Raad zijn geen kosten verbonden. Onder Procedure treft u meer informatie over de procedure.

De Raad geeft een oordeel over de vraag of met een bepaalde journalistieke gedraging grenzen van – kort gezegd – journalistieke ethiek zijn overschreden. De Raad kan geen sancties, zoals schadevergoeding of rectificatie, opleggen. 

Bovendien kan de Raad uit eigen beweging uitspraken doen over bepaalde journalistieke onderwerpen, zoals het gebruik van verborgen camera’s.

Leidraad

De standpunten over wat de Raad wel of niet vindt passen bij de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de journalist, zijn samengevat en per onderwerp gegroepeerd in een leidraad die de Raad op zijn jaarvergadering van 24 april 2007 heeft gepresenteerd en in april 2008 alsmede in september 2010 heeft gewijzigd.

De leidraad maakt het mogelijk dat de journalistiek en het publiek gemakkelijk kennis kunnen nemen van de algemene standpunten waardoor de Raad zich bij de beoordeling van klachten laat leiden. Meer informatie treft u onder Leidraad.

Bemiddeling

De Raad heeft de mogelijkheid te bemiddelen tussen de klager en het medium of de betrokken journalist. Het voordeel daarvan is dat de Raad niet alleen achteraf in actie komt en daarmee wellicht een procedure kan voorkomen. Meer informatie over bemiddeling leest u onder Procedure.

Uitspraak zonder klacht

De Raad voor de Journalistiek was oorspronkelijk een instantie die slechts een oordeel openbaar maakte als daar via een klacht om werd gevraagd.

De Raad kan zich vandaag de dag echter ook met uitgesproken standpunten mengen in de openbare discussie over actuele, algemene kwesties met betrekking tot de journalistieke ethiek en de beroepsmoraal van journalisten, zoals bijvoorbeeld het gebruik van verborgen camera’s.

Daarmee heeft de Raad voor de Journalistiek een actievere rol gekregen in de publieke meningsvorming.