1972/2 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake Bollier en Meister tegen De Telegraaf

Mr. N.J.Geleijnse, advocaat te Amsterdam, optredend namens zijn cliënten E.Bollier en E.Meister te Zurich, hierna te noemen klagers, heeft zich bij een brief van 4 oktober 1971 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen de hoofdredactie van De Telegraaf en de redacteur Hans Knoop van dit blad, hierna te noemen betrokkenen.

Tijdens het voorlopig onderzoek, naar deze klacht ingesteld, heeft H. Goeman Borgesius namens betrokkenen een verweerschrift ingediend. Daarna heeft de Raad de zaak naar de zitting verwezen en deze zaak behandeld ter zitting van 23 maart 1972, waar is verschenen mr. Geleijnse voor klagers. Tegen de betrokkenen, namens wie H.Goeman Borgesius had bericht niet te zullen verschijnen, wordt verstek verleend.

KLACHT

In de editie van 30 september 1971 van De Telegraaf verscheen een artikel van de hand van betrokkene Hans Knoop onder de kop "Discjockey Andy Archer stelt: "Spionage doel van Radio Noordzee", dat begint met de volgende alinea's: "De dagelijkse uitzendingen van Radio Nordsee International dienen volgens mij slechts als camouflage van spionageactiviteiten die eveneens vanaf het zendschip Mebo 2 worden ondernomen", verklaarde gisteren de enkele weken geleden ontslagen Radio Noordzee- disk jockey Andy Archer (24) uit Norfolk, Engeland, tegenover ons. "De uitzendingen die vanaf het schip op de middengolf en de fm-band de lucht ingaan, zijn in feite alleen bedoeld om de activiteiten op de korte golf te versluieren. Aan boord van de Mebo 2 worden door de Duits sprekende technici regelmatig 's-nachts op de 31 meter band voor mij onontcijferbare mededelingen gedaan. Voor mij is het spionage, aldus de Britse disk-jockey." Het artikel bevat verder nog een groot aantal beweerdeijke mededelingen van Archer aan betrokkene over het zendschip en zijn opvarenden en hun bezigheden, met als conclusie van Archer:"Hoewel ik uitsluitend voor mijzelf spreek, sta ik bepaald niet alleen in mijn bewering, dat de Mebo 2 een spionageschip is. Al mijn collega's zijn ervan overtuigd". In het kader van de klacht is ook de volgende alinea van meer bijzonder belang: "Evenmin wist hij (Archer), of de Mebo 2 haar huidige ligplaats gekozen heeft om internationale telefoongesprekken af te luisteren. De plaats waar het schip voor anker ligt is nl. een knooppunt van internationale telefoonkabels." Op dezelfde dag nog, nl. 30 september, hebben klagers over deze zaak aan de pers een brief en een verklaring van Archer verstrekt van de volgende inhoud:

For the personal attention of the management of Radio Noordzee.

Dear Sirs, With reference to the article in todays "De Telegraaf".

One week ago, an organisation called "Radio Noordzee International drive in discotheek" contacted me and asked me if I was interested in doing shows for them. I at first thought this very strange, but then considered the fact that I had worked for R.N.I. and to d them that I was interested. At the time I had no idea what60ever that this organisation was'nt working with you. Following a discussion with a mr. Otten who told me that his organisation was the real "RNI drive in" and that court proceedings were about to take place, the preas were informed of my thoughts which as you are no doubt aware are the thoughts of many other people to. Mr. Otten promised me great ammounts of money and promised me good work with him and mr. Kees Manders. I in actual fact received only five hundred guilden from Otten. I really have no reason to believe that Otten, Koller and their associates had anything in their mind6 other than to get a derrogative story printed in the newspapers concerning yourselves and to bear the name of a former employee.

I enclose a letter herewith that you can give in evidence should you wish to take the whole matter to court and apologise for my foolishness in the whole matter.

I, Andy Archer do hereby declare the following-

"Following discussions with mr Otten and mr Koller of the Radio Noordzee International drive in discotheek, I was asked what my views of Radio Nordsee International were, and most of what I said was written in the newspaper "De Telegraaf". Otten and Koller told me that they were the real Radio Noordzee International and that following a court case with Mebo Ltd. they would earn a considerable ammount of money and would take over the radio station. They also told me that they worked in conjunction with mr Kees Manders. With regard to their being espionage activities taking place on board, I do not know if this is so, all I said that there was great speculation and certain things that happened on board last year gave not only me, but many others, reasons to believe that such activities could, repeat could be taking place. There is no doubt at all that the whole issue has been blown up in the newspapers to an incredible degree. The newspaper asked me if I knew of anything regarding an international telephone cable that is lying under the Mebo 2, I said I know nothing as I also did to the questions of the validity of the nationalities of the radio engineers. I have nothing other than to say that I was greatly influenced by an organisation who at one time I had faith in but have since found out they are nothing but rogues. The relationships between myself and the management of mebo could not be classed as good following my dismissal from the station but I would never speak anything to the press other than items that I am absolutely sure about, and after all, there's nothing wrong with the truth. If espionage activities are taking place on the ship I would not be at all suprised but I cannot say myself that they are, as I have no proof, only suspicions which is the perogative of everyone."

In het dagblad De Telegraaf is van de inhoud van brief en verklaring van Archer op geen enkele wijze melding gemaakt, noch in een eerstvolgende noch in een latere publikatie. Klagers, die eigenaren zijn van het ongeveer 4 mijl buiten de Nederlandse kust ter hoogte van Scheveningen liggende radio-zendschip Mebo II en die tevens verantwoordelijk zijn voor de in dienst van Radio Noordzee werkzame personeelsleden, voelen zich op hoogst ernstige wijze door de bovengenoemde publikatie in De Telegraaf, vooral nu deze niet is gevolgd door een publikatie van hetgeen blijkens de ook aan De Telegraaf bekende brief en verklaring van Andy Archer door deze in reactie daarop is meegedeeld, in opspraak gebracht. Voorts zijn klagers niet door De Telegraaf tevoren benaderd met betrekking tot de voorgenomen publikatie, noch om de inhoud bij klagers te verifiëren noch om het stuk voor commentaar aan hen voor te leggen, terwijl betrokkenen toch moesten althans konden beseffen hoe ingrijpend de schade voor klagers en alle bij Radio Noordzee betrokken personen zou kunnen zijn. Klagers achten dit des te ernstiger nu bovendien blijkt dat de publikatie misleidend moet worden genoemd omdat immers Archer niet heeft verklaard zoals in De Telegraaf als uit zijn mond opgetekend is gerelateerd. Hiermee zijn volgens klagers de grenzen van zorgvuldige berichtgeving vergaand overschreden. Betrokkene Goeman Borgesius heeft op deze klacht schriftelijk als volgt gereageerd: "Naar aanleiding van uw schrijven van 11 oktober betreffende de klacht van mr N.J.Geleijnse namens zijn cliënten, de heren Bollier en Meister deel ik u het volgende mede: Op 29 september meldde zich bij mij een zekere Andy Archer, gewezen disk-jockey bij Radio Noordzee International. Hij verklaarde zich bereid, zijn bevindingen op het schip Mebo II in interviewvorm voor publikatie te vertellen, bevindingen die volgens hem op spionage en/of andere illegale activiteiten duidden. Onze verslaggever, de heer Knoop, tekende zijn bevindingen letterlijk op. Hoewel de verklaringen van de heer Archer uiteraard geheel voor zijn rekening zijn, heb ik tot publikatie besloten, omdat mij reeds geruime tijd uit m.i. betrouwbare bronnen gegevens bekend waren die parallel liepen met de verklaringen van de heer Andy Archer. In dit verband wil ik u gaarne attenderen op de verklaringen van de Minister van Binnenlandse Zaken, Mr. Geertsema en op de verklaring van de minister-president, Mr. Biesheuvel, die korte tijd later werd gegeven, naar aanleiding van onze publikatie. Zij bevestigden in het openbaar dat er bezwarende rapporten betreffende de activiteiten op het schip Mebo II door de inlichtingendienst bij de regering zijn ingediend.

Wat betreft de klacht van de heer Geleijnse over het niet publiceren van een brief, door dezelfde Andy Archer een dag later geschreven en ter publikatie aangeboden via het A.N.P. het volgende: Die brief heeft mij zeer bevreemd, temeer daar de heer Andy Archer dezelfde ochtend onze verslaggever, de heer Hans Knoop, in een telefoongesprek zijn instemming betuigde met het gepubliceerde artikel.

De heer Andy Archer hebben wij naar aanleiding van zijn brief herhaaldelijk geprobeerd te bereiken, doch hij bleek spoorloos te zijn. Wij weten dus niet onder welke omstandigheden hij deze brief heeft geschreven. Overigens nam deze brief vrijwel niets terug van de feitelijke gegevens, Andy Archer betuigde voornamelijk zijn spijt over hot feit dat hij deze gegevens in de openbaarheid had gebracht. Al met al is dit voor mij voldoende reden geweest om die brief niet op te nemen. Daar ik voor deze gang van zaken de gehele verantwoordelijkheid op mij neem, lijkt het mij niet nodig, dat de heer Knoop en de journalist die verantwoordelijk is voor de opmaak, nog nader op deze klacht ingaan. Overigens verwijs ik u, wellicht ten overvloede, nog naar de passage uit mijn brief, aan uw raad geschreven op 8 januari 1971:

"Wij blijven van mening dat alleen de van overheidswege aangestelde rechter de instantie is die tot oordelen is bevoegd. Dat wij u schriftelijk antwoordden vindt zijn oorzaak in het feit dat er in Nederland betrokkenen zijn die blijkbaar wel in uw raad geloven. Van geval tot geval bekeken willen wij uw raad een schriftelijk antwoord niet onthouden, opdat u enig inzicht in de zaak kunt krijgen, zodat u in de gelegenheid bent, uw mening aan de klager betrokkene mede te delen".

ZITTING

Klager legt een tweetal kranteknipsels over. Het ene houdt o.m. het navolgende in: "Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft reeds lange tijd geleden een rapport van de Binnenlandse Veiligheidsdienst ontvangen, waarin melding wordt gemaakt van verdachte activiteiten van Radio Noordzee via de ether. Bekend is dat de Zwitserse eigenaren commerciële contacten onderhouden met Oost-Duitsland. De ministerraad heeft zich vandaag met het probleem bezig gehouden, onder meer als gevolg van een publikatie donderdag in "De Telegraaf" en het bezoek van een groot aantal journalisten gistermiddag aan het zendschip Mebo II van Radio Noordzee. In het EVD-rapport, dat reeds opgesteld was voor de bomaanslag op de Mebo II in opdracht van Radio Veronica, werd gesproken over gedragingen die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat er af spionage werd bedreven af in elk geval contacten werden onderhouden met buitenlandse inlichtingendiensten, zo verklaart thans minister Geertsema van Binnenlandse Zaken". Volgens het andere knipsel, ontleend aan het nummer van 2 oktober van NRC-Handelsblad, heeft minister-president Biesheuvel het volgende verklaard: "Premier Biesheuvel bevestigde gisteren ( na afloop van het kabinetsberaad ), dat de BVD tijdens de vorige kabinetsperiode al een rapport had opgesteld over activiteiten van Radio Noordzee met bepaalde vermoedens die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat er contacten waren met buitenlandse inlichtingendiensten."De wereldzeeën stikken van drijvende laboratoria", aldus de premier." Klagers merkten hierover het volgende op: De inhoud van hetgeen beide bewindslieden hebben verklaard houdt allerminst een bevestiging in daarvan, dat er bezwarende rapporten betreffende de (onderstreping van klager) activiteiten op het schip Mebo II door de Binnenlandse Veiligheidsdienst bij de Regering zijn ingediend. De onbevangen lezer van hetgeen beide bewindslieden hebben verklaard kan tot geen andere constatering komen, dan dat er door de Binnenlandse Veiligheidsdienst reeds in een vroeger stadium een onderzoek is ingesteld, waarvan rapporten zijn opgemaakt, waarop het vermoeden zou kunnen worden gegrond zowel dat aan boord van het schip Mebo II spionage-activiteiten worden bedreven als ook dat van dit schip af contacten worden onderhouden met buitenlandse mogendheden. Anders vertaald betekent dit: het zou best kunnen zijn dat op het schip Mebo II activiteiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden als voormeld, maar door de Binnenlands Veiligheidsdienst aan de regering uitgebrachte rapporten ter zake zouden hooguit gezegd kunnen worden het vermoeden dienaangaande op te leveren. De Telegraaf plaatste niettemin boven het beweerdelijk door Andy Archer aan dit dagblad verklaarde de kop "Spionage doel van Radio Noordzee". Die kop dekt zelfs niet de inhoud van het daaronder volgende artikel en wordt zeker niet gedekt door de uitlatingen van de door de heer Goeman Borgesius genoemde bewindslieden. Indien al juist zou zijn dat Andy Archer aan De Telegraaf had verklaard dat zijn bevindingen op het schip Mebo II volgens hem op spionage en/of andere illegale activiteiten duidden - hetgeen Andy Archer uitdrukkelijk ontkent - dan nog rechtvaardigt dit allerminst de kop boven het door klagers gewraakte artikel als hiervoren gerelateerd. Klagers voegen een op 17 oktober 1971 gedateerde verklaring van Andy Archer bij, waarin deze o.m. schrijft:

" I told the press: I have no real proof, only suspicions. Never at any timc have I said that thcre were espionage activities going on aboard Mebo 2.-I did not expect such a big front page story. Only 50% of what I said was printed, the rest was fantasy on behalf of De Telegraaf".

Klagers geven ter zitting nog de volgende toelichting. Het artikel in de Telegraaf pretendeert een weergave te zijn van Andy Archers uitlatingen. Bepaalde alinea's wijzen er echter op dat het interview - waarvoor hij door de heer Otten is benaderd en dat werd gehonoreerd met f 1000,= - is gehouden tegen de achtergrond van informatie die De Telegraaf meende te hebben. Archer heeft daar niet uit zichzelf over gesproken, alleen wellicht geantwoord op hem gestelde vragen. Archer heeft in zijn verklaringen duidelijk laten blijken dat hij niet meer heeft gezegd dan dat hij zo zijn verdenkingen had. Een aantal van aan hem toegeschreven mededelingen zijn controleerbaar onjuist en toch zonder verificatie door betrokkenen gepubliceerd. Zo b.v. de suggestie van het afluisteren van internationale telefoongesprekken. Andere bladen die dit punt hebben nagetrokken, werd door de PTT meegedeeld dat dit op de genoemde wijze technisch onmogelijk was, afgezien nog van het feit dat het schip niet boven enige kabel ligplaats had. Archer zou hebben gezegd dat hij 's nachts door de patrijspoort in de deur van de studio aan boord zou hebben gezien dat een van de Duitse technici op de draaitafel banden draaide. Tijdens het persbezoek aan het zendschip, gehouden na de persconferentie in Den Haag, heeft iedere journalist, zo ook de aanwezige betrokkene Knoop, kunnen constateren dat er in de gehele studio geen enkele patrijspoort zit, ook niet in de deur.

Tijdens dit bezoek heeft een der technici uitleg gegeven van de 's nachts door een der zenders uitgezonden hoge fluittoon, waarop Archer volgens het artikel mede zijn verdenkingen baseerde: dit was het z.g. "influiten" van de zender. Slechts één van de technici is een Zwitser, de anderen zijn Nederlanders. De Telegraaf heeft zijn gegevens echter niet geverifieerd, ook nooit contact gezocht of gewild met de heren Bollier en Meister. Voorts moest De Telegraaf ervan op de hoogte zijn uit welke koker de mededelingen kwamen: Archer werd meegebracht door de heer Otten, die met anderen reeds enige malen tevergeefs had geprocedeerd tegen Radio Noordzee International. Na het betwiste artikel heeft de Telegraaf nog een serie artikelen gepubliceerd over "De mysteries van Radio Noordzee", die een groot negatief effect hebben gehad op de bedrijfsresultaten van het zendschip. Desgevraagd zeggen klagers, geen eis tot rectificatie te hebben gericht aan betrokkenen; wel hebben zij tijdens een persconferentie, op 30 september 1971 gehouden, aan de daar aanwezige betrokkene Knoop gevraagd: als u dit zegt, maakt u het dan waar.

OVERWEGINGEN

In het betwiste artikel, ook in de daarboven geplaatste, van aanhalingstekens voorziene kop, is uitsluitend Andy Archer aan het woord gelaten in directe of indirecte rede. Klagers hebben hun stelling dat Andy Archer zich niet heeft uitgelaten in de trant zoals weergegeven in de publikatie, niet aannemelijk kunnen maken. In zijn schriftelijke verklaringen zoals overgelegd door klagers, blijft Archer immers vasthouden aan zijn vermoedens van spionage-activiteiten op het zendschip. Dat betrokkenen met een publikatie van een zo beschuldigende strekking als het betwiste artikel is, een zware verantwoordelijkheid op zich nemen, is duidelijk. De vraag of zij gegevens en vermoedens van de hierboven aangeduide aard hadden moeten verifiëren bij klagers, wordt ontkennend beantwoord nu iets anders dan een ontkentenis immers niet kon worden verwacht en nu, blijkens de uitlatingen door twee ministers naar aanleiding van deze publikatie gedaan, niet gezegd kan worden dat betrokkenen lichtvaardig tot publikatie zijn overgegaan. Bij de beoordeling van de klacht dient tenslotte nog in aanmerking te worden genomen dat klagers tegen de publikatie geen bezwaar hebben gemaakt bij betrokkenen, met name niet door een eis tot rectificatie te stellen.

BESLISSING

De Raad wijst de klacht als onvoldoende gegrond af. De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten "De Journalist"

Aldus vastgesteld ter zitting van 23 maart 1972 door Prof.mr Ch.J. Enschedé, voorzitter, Mr. H. Dikkers, Prof. Dr. G.C. van Niftrik, Drs. J.M.M. van der Pluym en N.G. Schrama, leden, in tegenwoordigheid van mr K. Helder als secretaris.

RvdJ 1972, 2.